Wat is een tonsuur? De geschiedenis van de kaalgeschoren kruin

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Het Dagelijks Leven in het Klooster · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je ziet het wel eens in oude schilderijen: monniken met een kaal geschoren kruin.

Dat heet een tonsuur. Het is een eeuwenoud teken dat je hoort bij een kloostergemeenschap. In Nederland zie je het nog steeds, zij het minder vaak dan vroeger. Het is meer dan alleen een kapsel.

Het is een symbool met een diepe betekenis in de katholieke traditie. Stel je voor dat je ’s ochtends in de kloostergang loopt.

De zon schijnt op de stenen vloer. Een monnik groet je met een glimlach.

Zijn kalen kruin glanst in het licht. Op dat moment voel je de rust en de eenvoud van het kloosterleven. De tonsuur is daar een zichtbaar onderdeel van. Het vertelt een verhaal zonder woorden.

Wat is een tonsuur precies?

Een tonsuur is een speciale manier om het haar te knippen. Bij mannen scheer je de bovenkant van het hoofd kaal of kort.

De zijkanten en de achterkant blijven soms langer. In de Middeleeuwen was het een duidelijk teken. Je was dan lid van een kloosterorde.

Het was niet zomaar een modegril. Het had een spirituele betekenis.

De naam komt van het Latijnse woord "tondere". Dat betekent scheren of knippen. In de katholieke kerk is de tonsuur een oud ritueel.

Het hoort bij de inwijding van een novice. Een novice is iemand die net in het klooster komt.

De tonsuur laat zien dat hij afstand doet van de wereld. Hij kiest voor een leven van gebed en dienstbaarheid.

Waarom deed men dit? De kaalgeschoren kruin was een symbool van nederigheid. Je liet zien dat je je eigen wil opgaf. Je onderwierp je aan God en de kloosterregel.

Het was ook praktisch. In de Middeleeuwen had je snel last van luizen.

Een kort kapsel hielp daarbij. Bovendien was het een herkenningsteken. In een tijd zonder internet wist je direct: deze persoon hoort bij een klooster.

De geschiedenis van de tonsuur in Nederland

De tonsuur heeft een lange geschiedenis in Nederland. Al in de vroege Middeleeuwen, rond de 7e eeuw, kwam het over uit Frankrijk en Duitsland.

Nederlandse kloosters, zoals die in Abbenbroek of Thorn, namen de gewoonte over. Monniken en nonnen droegen de tonsuur als teken van hun gelofte.

Het was een vast onderdeel van het kloosterleven. In de Gouden Eeuw, rond 1600, veranderde er iets. De Reformatie kwam naar Nederland. Veel protestanten zagen de tonsuur als een katholiek bijgeloof.

Ze verlieten de kloosters. De katholieke kerk hield echter vast aan de traditie.

In het geheim, of in de resterende kloosters, bleven monniken de tonsuur dragen. Denk aan de norbertijnen of cisterciënzers. De 19e eeuw bracht weer een opleving.

Na de Franse Revolutie mochten kloosters weer open. In Nederland ontstonden nieuwe gemeenschappen.

De tonsuur werd opnieuw ingevoerd. In de 20e eeuw werd het minder strikt.

Sommige kloosters lieten het varen. Anderen hielden het in ere. Tegenwoordig zie je het nog bij traditionele orden. Het is een keuze, geen verplichting meer.

Hoe werkt de tonsuur? De praktijk uitgelegd

Het proces van een tonsuur is eenvoudig maar symbolisch. Een novice legt zijn gelofte af.

Daarna knipt de abt of prior het haar. Meestal gebeurt dit in de kapel. De ceremonie duurt ongeveer 10 minuten.

Er worden gebeden gezegd. De novice ontvangt een kruisje op het voorhoofd.

Het haar wordt daarna kort geschoren. Er zijn verschillende modellen.

De Romeinse tonsuur is de bekendste. Hierbij scheer je een ronde plek op de kruin. De diameter is ongeveer 5 tot 8 centimeter. De rest van het haar blijft langer, terwijl de monnik zich wijdt aan het bidden voor de wereld.

In Nederland zie je dit bij katholieke monniken. Het lijkt op een kale plek midden op het hoofd.

Een ander model is de tonsuur van Sint-Pieter. Hierbij wordt het haar kort geknipt boven de oren. De kruin blijft bedekt. Dit is zeldzamer.

In Nederland komt het voor bij sommige abdijen, zoals die in Tilburg.

De kloosterlingen knippen het haar zelf of laten het doen door een medebroeder. Het is geen professionele kappersbeurt. Het gaat om de betekenis, niet om de perfectie.

De kosten zijn laag. Een tondeuse kost ongeveer €20 tot €30.

In het klooster gebruiken ze die vaak. Je betaalt niets extra. Het is onderdeel van het kloosterleven. Geen dure salonbehandelingen. Gewoon praktisch en eenvoudig.

Varianten en modellen: van Romeins tot modern

De Romeinse tonsuur is het meest voorkomend in Nederland. Het is een ronde kale plek.

Je ziet het bij de benedictijnen en cisterciënzers. In abdijen like die van Berkel of Achel wordt dit nog toegepast.

De diameter is klein, om comfort te bieden. Het haar eromheen is kort, maar niet kaal. Dit model is tijdloos en praktisch.

Een andere variant is de Griekse tonsuur. Hierbij wordt het hele hoofd kaal geschoren. Dit zie je minder in Nederland. Het komt voor in oosterse kloosters.

In Nederlandse kloosters is de Romeinse versie gebruikelijker. Sommige moderne kloosters kiezen voor een halve tonsuur.

Alleen de zijkanten worden geschoren. De bovenkant blijft langer.

Dit is minder opvallend. Prijsindicaties zijn niet nodig, want het gebeurt in het klooster. Als je het zelf doet, kost een tondeuse €15 tot €25.

Goedkope modellen werken prima. Merken zoals Philips of Braun zijn verkrijgbaar bij Bol.com.

In Nederlandse kloosterwinkels, zoals die in Schiermonnikoog, vind je soms scheerproducten. Maar meestal is het basisuitrusting. Tips voor varianten: kies wat bij je past.

Als novice volg je de kloosterregel. De abt beslist over het model.

Het is niet iets om zelf te experimenteren. Het is een teken van gehoorzaamheid.

In Nederlandse kloosters is de Romeinse tonsuur het standaard. Het is eenvoudig en herkenbaar.

Praktische tips voor wie geïnteresseerd is

Wil je meer weten over de tonsuur? Bezoek een klooster in Nederland. De abdij van Berkel of de norbertijnen in Heeswijk-Dinther openen soms hun deuren.

Je kunt de monniken vragen naar hun kapsel. Ze vertellen graag over de betekenis.

Het is een openhartig gesprek. Geen geheimzinnigheid. Als je overweegt om als oblaat verbonden te raken, begin dan met een stage.

Een "tijd van oriëntatie" duurt een weekend of een week. Je ervaart het dagelijks leven. De tonsuur komt later, bij de inwijding. Haast je niet.

Neem de tijd om te wennen. De leiding van de kloostergemeenschap helpt je.

Praktische voorbereiding: schaf een tondeuse aan als je het zelf wilt proberen. Kies een model met opzetstukken, zoals die van Philips voor €25. Oefen op een lage stand. Vraag hulp van een vriend.

In kloosters doen ze het met een simpele tondeuse. Het hoeft niet perfect.

Het gaat om het hart. Sluit af met deze tip: respecteer de traditie.

De tonsuur is niet zomaar een kapsel. Het is een keuze voor een eenvoudig leven. In Nederland blijft het een levend symbool.

Probeer het alleen als je echt begrijpt wat het betekent. Anders is het gewoon kale plek op je hoofd. En dat is jammer.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.

Volgende stap
Lees het complete overzicht
De architectuur van een kloostercomplex: Een overzicht →