Waarom we een 'kaarsje opsteken' voor een intentie

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Volksgeloof en Lokale Tradities · 2026-02-15 · 3 min leestijd

Een kaarsje opsteken. Het klinkt zo simpel.

Een lucifer, een lont, een vlammetje. Maar als je in Nederland bent, bijvoorbeeld in de Onze Lieve Vrouwekerk in Maastricht of de Sint-Jan in Gouda, zie je die blikken houders met waxinelichtjes staan. Een hele muur vol.

Ze branden dag en nacht. Wat bezielt iemand om een euro neer te leggen en een lichtje aan te steken? Is het bijgeloof? Traditie?

Een manier om je zorgen te uiten? Het antwoord is: ja, een beetje van allemaal. Het is een prachtig stukje Nederlands volksgeloof dat nog steeds leeft.

Een vlammetje voor de ziel

Een kaarsje opsteken voor een intentie is in de kern een gebed in de vorm van licht. Je steekt een kaars aan om een specifieke reden, een intentie.

Dat kan voor iemand zijn die is overleden, voor een zieke, voor iemand die een zware examen heeft, of simpelweg voor een beetje hoop in je eigen leven. Het is een stille, visuele manier om je gedachten en gevoelens de wereld in te sturen. In de katholieke traditie, die in het zuiden en oosten van Nederland nog steeds sterk is, is het een manier om je gebed kracht bij te zetten.

De kaars is het symbool van het licht van Christus, maar steeds vaker wordt het ook door niet-gelovigen gebruikt als een seculiere vorm van bezinning.

Het idee is dat het licht een verbinding maakt. Tussen jou en de persoon voor wie je het kaarsje aansteekt. Tussen de aarde en de hemel. Tussen je zorgen en een hogere macht.

In een wereld die soms hard en koud aanvoelt, is een klein, warm lichtpuntje een krachtig tegengeluid. Het is een handeling die rust geeft, omdat je even de tijd neemt om stil te staan bij wat er echt toe doet. Je bent niet alleen met je problemen; je deelt ze met het licht.

De werking: hoe werkt dat, een kaarsje?

De magie zit 'm niet in de kaars zelf, maar in de handeling. Het is een ritueel. Eerst kies je een kaars.

Meestal zijn het witte waxinelichtjes in een glazen houder, vaak rood of geel van kleur.

Ze kosten over het algemeen tussen de €0,50 en €2,00 per stuk, afhankelijk van de grootte en de locatie. In de grote basilieken zijn ze vaak iets duurder dan in een kleine dorpskerk.

Vervolgens leg je geld in de bus of laat je iets in een collectebus vallen. Dit is geen entree, maar een vrije gave. Deze handeling is diep geworteld in het volksgeloof, een mengeling van officiële leer en lokale traditie, waarbij je een bijdrage levert voor het onderhoud van de kerk en de kaarsen.

Daarna steek je de kaars aan. De meeste kerken hebben een centrale 'aanmaakplaats' met een waxinelichtje dat al brandt.

Je steekt je lucifer of aansteker daaraan aan en dan pas je eigen kaars. Dit symboliseert dat je je intentie 'ontsteekt' vanuit een al bestaande vlam van hoop en geloof. Terwijl de vlam begint te branden, richt je je gedachten op je intentie. Sommigen bidden een Onze Vader of een Wees Gegroet.

Anderen zeggen in stilte: "Dit kaarsje is voor jou, mam" of "Geef me alsjeblieft de kracht om dit te doen". Soms grijpen mensen bij grote levensvragen terug op oude rituelen zoals het begraven van een Sint-Jozefbeeldje. Het is een moment van totale focus.

Je zet de kaars in een van de lege houders. Je ziet hem branden en je weet dat je intentie, net als bij het vieren van een naamdag, is 'afgestuurd'.

Je kunt daarna de kerk verlaten, wetende dat het lichtje blijft branden, soms wel 8 tot 12 uur lang.

Verschillende soorten kaarsen en hun betekenis

Hoewel het waxinelichtje het meest voorkomt,

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Volksgeloof en Lokale Tradities
Ga naar overzicht →