Septuagesima: De vergeten voorbereiding op de vastentijd
Je kent de vastentijd wel, hè? Dat periode van vieringen tot Pasen.
Maar wist je dat er vroeger een soort opwarmertje bestond, een voorbereiding op die vastentijd? Septuagesima heette dat. Tegenwoordig is het een beetje vergeten, maar het is een prachtig stukje kerkelijk erfgoed dat heel wat zegt over hoe we vroeger naar het jaar keken. Laten we er eens induiken.
Wat is Septuagesima?
Betekenis van het woord
De naam Septuagesima komt uit het Latijn en betekent letterlijk ‘zeventig’. Het verwijst naar een periode van ongeveer zeventig dagen voor Pasen.
Plaats in de liturgische kalender
Je hebt vast wel eens van de Paascyclus gehoord; Septuagesima is eigenlijk de start van die cyclus, een soort inleiding voordat het echt serieus wordt met Aswoensdag. In de liturgische kalender begint Septuagesima op de zondag voor Aswoensdag, of eigenlijk negen weken voor Pasen.
Het is de drie zondagen voor de start van de vastentijd: Septuagesima, Sexagesima en Quinquagesima. Stel je voor: het is januari of februari, buiten is het koud, en in de kerk kleurt de liturgie langzaam paars. Het is een tijd van anticipatie. Septuagesima valt ongeveer 70 dagen voor Pasen, wat het een speciale plek geeft in de voorbereiding op het belangrijkste christelijke feest.
De geschiedenis van de voor-vastentijd
Ontstaan in de vroege kerk
Het idee van een voorbereidingsperiode bestond al in de vroege kerk. In de beginjaren was het vasten vooral een strikte discipline van 40 uur voor Pasen.
Maar zoals altijd in de geschiedenis van de kerk, groeide en veranderde de praktijk.
Paus Gregorius de Grote
Rond de 6e eeuw zien we de voor-vastentijd ontstaan als een aparte liturgische tijd. Veel historici wijzen naar Paus Gregorius de Grote (rond 590-604) als de organisator van deze periode. Hij was een herder die het geloof toegankelijk wilde maken voor de gewone man en vrouw.
Door een periode van boetedoening en gebed in te voeren vóór de eigenlijke vastentijd, kreeg iedereen de tijd om zich spiritueel voor te bereiden. Het was een pastorale ingreep die tot ver in de middeleeuwen standhield.
Liturgische veranderingen tijdens Septuagesima
Het weglaten van het Alleluia
Een van de meest opvallende veranderingen in deze tijd is het verdwijnen van het ‘Alleluia’.
Paarse gewaden
Dit vreugdevolle gezang, dat normaal zo vaak klinkt, wordt stilgelegd. In de mis is het stil voor Pasen. Het is een stilte die je voelt, een bewuste onthouding van vreugde om ruimte te maken voor bezinning.
Ook de kleuren in de kerk veranderen. In plaats van het feestelijke wit of groen, trekken de priesters paarse gewaden aan.
De focus op boetedoening
Paars is de kleur van boetedoening en inkeer. In Nederland zie je dat terug in de kleding van de voorganger, soms met een fijne borduursel voor de speciale dagen.
Het is een visueel signaal: we gaan serieus aan de slag. De gebeden tijdens Septuagesima gaan over het besef van eigen tekortkomingen en de noodzaak van verlossing. Het is geen zware, deprimerende tijd, maar een uitnodiging om je hart schoon te maken. De lezingen vertellen over het verloren paradijs en de hoop op herstel. Je merkt dat de kerk de nadruk legt op het menselijk onvermogen zonder Gods genade.
Sexagesima en Quinquagesima uitgelegd
De opbouw naar Aswoensdag
Septuagesima is de eerste, Sexagesima de tweede (60 dagen voor Pasen) en Quinquagesima de derde zondag. Quinquagesima betekent vijftig dagen.
Deze drie zondagen vormen een opbouw. Het is als een training voor je geestelijke conditie.
Betekenis van de 60 en 50 dagen
Je begint zacht, bouwt op en bereikt een climax net voor de start van de veertigdagentijd. De getallen zijn symbolisch. Ze duiden op een volledige cyclus van voorbereiding.
In de praktijk betekent het dat je in Nederland in februari al bezig bent met Pasen, terwijl de rest van de wereld nog wakker wordt van het nieuwe jaar. De zondagse lezingen worden steeds intenser. Je hoort over Noach, de zaaier en de blindgeborene. Het is een reis van hoop naar verlossing, die voor velen tastbaar wordt tijdens Aswoensdag 2026 en de betekenis van het askruisje.
Waarom Septuagesima verdween uit de Novus Ordo
Hervormingen van Vaticanum II
Na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) werd de liturgie hervormd. In 1969 werd de kalender aangepast onder Paulus VI.
Behoud in de Traditionele Latijnse Mis
Het doel was vereenvoudiging en een grotere eenheid met de moderne tijd. De voor-vastentijd werd gezien als een overblijfsel van een ingewikkeld systeem dat voor de gewone gelovige moeilijk te volgen was. De voor-vastentijd werd geschrapt uit de gewone vorm van de Romeinse ritus (de Novus Ordo).
In de Traditionele Latijnse Mis (de oude ritus) is Septuagesima echter springlevend. Als je naar een kerk gaat die de oude mis viert, zoals in sommige parochies in Nederland of bij de FSSPX, ervaar je deze periode en de oude traditie van de seizoensgebeden nog steeds.
Het is een stuk historische continuïteit dat bewaard is gebleven. De voor-vastentijd werd in 1969 geschrapt uit de gewone vorm van de Romeinse ritus, maar blijft bestaan voor wie de traditionele liturgie volgt.
