Quatertemperdagen: De oude traditie van de seizoensgebeden

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Christelijke en Nationale Feestdagen · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Heb je weleens van de Quatertemperdagen gehoord? Het klinkt als een ingewikkeld kerkelijk term, maar het is eigenlijk een heel oud en mooi ritme dat nog steeds in de schaduw van de kerkelijke kalender leeft.

Het zijn vier speciale momenten in het jaar, vastgelegd door de katholieke kerk, waarin extra wordt gebeden en gevast. Het doel? Een zegen vragen voor de aarde, de landbouw en de komende oogst. Het is een traditie die teruggaat naar de tijd van de Romeinen en die de seizoenen op een bijzondere manier met elkaar verbindt.

Wat zijn de Quatertemperdagen?

De naam zegt het eigenlijk al een beetje: 'Quatertemper' komt van het Latijnse Quattuor Tempora, wat 'de vier tijden' of 'de vier temperaturen' betekent.

De vier seizoenen in de kerk

In de kerkelijke traditie staan deze dagen symbool voor de vier seizoenen. Het zijn niet zomaar losse dagen; ze vormen een soort spirituele kalender die de cyclus van het jaar volgt.

De kerk heeft deze dagen zo gepland dat ze perfect aansluiten bij de landbouwcyclus. Elke Quatertemperdag valt steeds in het weekend na een specifieke tijd in de kerkelijke kalender. Je kunt het zien als een soort spirituele wisseling van de seizoenen. Het is een moment om stil te staan bij wat de aarde ons geeft en om God te danken (of te vragen) voor een goede oogst. Je hebt ze dus vier keer per jaar: in de lente, zomer, herfst en winter.

De historische oorsprong in Rome

Om de Quatertemperdagen echt te begrijpen, moeten we een flinke sprong terug in de tijd maken, naar het oude Rome. Toen het christendom zich verspreidde, zaten de Romeinen nog vol met hun eigen heidense feesten.

De boeren vierden feesten ter ere van de goden van de landbouw, zoals Ceres, om een goede oogst te garanderen. De vroege kerk was slim in hoe ze omging met bestaande tradities. In plaats van alles af te schaffen, werden deze oude landbouwfeesten 'gekristend'.

Vervanging van heidense landbouwfeesten

De focus werd verlegd van het vereren van Romeinse goden naar het bidden tot de ene, ware God.

Het was een manier om de bevolking te behouden voor de kerk, terwijl ze hun eigen ritmes en gevoel voor de seizoenen konden houden. Paus Leo de Grote (een invloedrijke paus in de 5e eeuw) speelde hier een belangrijke rol in. Hij zette de liturgie voor deze dagen vast en benadrukte dat het christelijke gebed de oude heidense rituelen moest vervangen.

Wanneer vallen de Quatertemperdagen?

De data zijn niet zomaar willekeurig; ze zitten diep verankerd in de liturgische kalender. De Quatertemperdagen vallen steeds op een zaterdag, en wel in de week ná een belangrijk kerkelijk hoogtepunt.

Hierdoor ontstaat er een mooi ritme door het jaar heen. De vier momenten zijn:

  • Na Aswoensdag: Dit valt in de winter, aan het begin van de Veertigdagentijd. Dit is de eerste 'temper' van het jaar.
  • Na Pinksteren: Dit is de zomerse Quatertemperdag, meestal in juni. De kerk is weer 'ontwaakt' met Pinksteren en nu is het tijd om te bidden voor de groei.
  • Na Kruisverheffing: Dit gebeurt in september (rond de 14e). Dit is het moment voor de herfst, als de oogst binnenkomt.
  • Na Sint Lucia: Dit is de winterse dag, rond 13 december. In de donkere dagen voor Kerstmis wordt gebeden voor het licht en de toekomst.

Vasten en bidden voor de oogst

Wat deden mensen eigenlijk op deze dagen? Het draaide allemaal om twee dingen: bidden en vasten.

Regels voor vasten en onthouding

De Quatertemperdagen zijn relatief streng. De kerkelijke regels schrijven voor dat gelovigen moeten vasten en zich moeten onthouden van vlees (en soms ook andere dingen, afhankelijk van de strengheid van de regel). Het idee is simpel: door tijdelijk te minderen met eten, richt je je aandacht meer op het spirituele.

Je maakt je los van de lichamelijke behoeftes om ruimte te maken voor gebed.

Tegelijkertijd is het een moment van dankbaarheid. In plaats van te wanhopen over wat er misschien misgaat, vertrouwen gelovigen erop dat de aarde vruchtbaar is en dat de Schepper voorziet. In de context van de Nederlandse geschiedenis was dit extra belangrijk. In een land dat afhankelijk was van de landbouw en dat vaak te maken had met slecht weer of misoogsten, was dit een manier om collectief hoop te houden en solidair te zijn met de boeren, zeker in de periode rondom de uitstorting van de Heilige Geest.

De wijding van nieuwe priesters

Er is nog een heel specifieke reden waarom deze dagen zo belangrijk waren (en voor sommigen nog steeds zijn). De Quatertemperdagen, en dan met name die in de winter (na Aswoensdag) en in het voorjaar (na Pinksteren), waren traditioneel de momenten waarop de bisschop nieuwe priesters wijdde. In de vroege kerk was het gebruikelijk dat kandidaten voor het priesterschap een lange voorbereidingstijd doormaakten.

Historische band met priesterwijdingen

De Quatertemperdagen werden gezien als geschikte momenten om deze cyclus af te sluiten en de mannen tot priester te wijden.

De bisschop reisde door zijn diocees (bisdom) om deze heilige handeling te verrichten. Het was een feestelijke gebeurtenis voor de hele gemeenschap, want nieuwe priesters betekenden dat de zorg voor de parochie verzekerd was. Hoewel de regels voor de exacte data van wijdingen nu soepeler zijn, blijft de link tussen de Quatertemperdagen en het priesterschap een historisch feit.

Quatertemperdagen in de huidige tijd

Zijn deze dagen nog relevant? Jazeker, al zien ze er vandaag de dag wel anders uit.

Na het Tweede Vaticaans Concilie (een grote kerkvergadering in de jaren '60) werd de liturgie vernieuwd. De regels rond vasten en speciale gebedsdagen werden versoepeld. De Quatertemperdagen verdwenen een beetje uit het zicht van de gewone gelovige.

Na Vaticanum II

Toch is de traditie niet helemaal verdwenen. De data staan nog steeds in de liturgische kalenders, die ook verklaren waarom de data van Pasen en Pinksteren elk jaar verschuiven.

Het hangt sterk af van het specifieke bisdom en de lokale bisschoppenconferentie hoe hiermee wordt omgegaan. In sommige strengere kloostergemeenschappen worden de oude vastenregels nog wel gevolgd. In Nederland zie je dat de nadruk minder ligt op de strenge vasten, en meer op de symbolische betekenis: het bewustzijn van de seizoenen, de vergeten voorbereiding op de vastentijd en de verbondenheid met de schepping.

Het is een traditie die, hoewel minder zichtbaar, nog steeds een plekje heeft in de spirituele achtergrond van de katholieke kerk. Het is een mooie herinnering aan hoe de kerk vroeger probeerde om het geloof te verbinden met het dagelijks leven en de natuur om ons heen.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.