Overnachten in kloosters tijdens je wandeling: Etiquette en tips

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Pelgrimsroutes en Bedevaartsoorden · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Je staat in de vroege ochtend op een pad door de weilanden van Brabant.

De lucht is nog grijs, maar je voelt de rust. Je hebt net een nacht doorgebracht in een eeuwenoud klooster.

Geen hotel met een minibar, maar een simpele kamer met een houten kruis aan de muur. Dat is het gevoel van pelgrimeren in Nederland. Je wandelt niet alleen van A naar B, maar je onderdompelt je in een eeuwenoude traditie. Overnachten in een klooster tijdens je tocht is een ervaring die je wandeling een diepere laag geeft.

Het is niet zomaar slapen. Het is delen in het ritme van de monniken en zusters.

Je eet samen, je bidt mee en je ervaart de stilte. In Nederland zijn er verschillende pelgrimsroutes waar je onderweg in kloosters kunt overnachten. Denk aan de Pelgrimsroute naar Santiago de Compostela of de vernieuwde Jacobspad.

Dit is een gids voor wie deze unieke ervaring wil proberen. We gaan het hebben over de etiquette, de praktische kant en de kosten.

Wat is overnachten in een klooster tijdens een pelgrimstocht?

Overnachten in een klooster tijdens een wandeltocht betekent logeren in een gastenverblijf van een klooster, abdij of kloosterboerderij.

Je bent te gast bij een religieuze gemeenschap. In Nederland zijn deze plekken vaak onderdeel van een pelgrimsroute. Je slaapt er meestal in een eenvoudige kamer, soms met gedeelde sanitaire voorzieningen. Het ontbijt is sober, maar met producten uit de eigen streek.

Je leeft een paar dagen mee in het ritme van de orde. De kern van deze ervaring is het delen van ruimte en tijd.

Je bent niet anoniem, zoals in een hotel. Je ontmoet de broeders en zusters.

Je eet samen in de refter (eetzaal) en je kunt deelnemen aan gebedsmomenten. In Nederland is dit een traditie die teruggaat tot de middeleeuwen. Tegenwoordig is het een manier om tot rust te komen en de wandeling een spirituele dimensie te geven. Je hoeft niet gelovig te zijn om te mogen blijven, maar je respecteert wel de regels van het huis.

De etiquette: hoe gedraag je je als gast?

De etiquette in een klooster is eenvoudig, maar wel belangrijk. Je bent te gast in een huis van gebed en stilte.

Het begint met het respecteren van de rust. In de meeste kloosters geldt na 22:00 uur stilte. Dat betekent dat je niet meer praat, je telefoon op stil zet en je kamer verlichting dimt. De gangen zijn vaak donker, dus neem een zaklamp mee voor de gang naar het toilet.

Een andere regel is de kleding. Je hoeft geen habijt te dragen, maar wel bescheiden kleding.

In de refter en de kapel draag je geen korte broek of hemdje.

Voor vrouwen is een rok of broek tot de knie en een shirt met mouwen gebruikelijk. Mannen dragen een lange broek en een shirt. In de zomer kan het warm zijn, maar bedek je schouders en knieën.

Je hoeft niet chique te zijn, maar wel respectvol. Deelname aan gebed is vrijwillig.

In veel kloosters is er een vesperviering of een mis. Je mag meedoen of rustig in de kapel zitten. In de Sint-Adelbertabdij in Egmond aan den Hoef begint de dag met een gebed om 07:30 uur.

Je hoeft niet te bidden, maar stil zijn is wel verwacht. Tijdens het eten praat je niet over alledaagse dingen.

De maaltijd is een moment van bezinning. Je eet met aandacht en zonder telefoon aan tafel.

“Wees een lichtende gast, geen zware last.” – Een uitspraak van een gastenbroeder in het klooster van Ter Apel.

Hoe werkt het in de praktijk? Locaties en regels

Er zijn verschillende kloosters in Nederland waar pelgrims kunnen overnachten. Een bekende plek is de Abdij van Berne in Heeswijk-Dinther.

Hier kun je als pelgrim verblijven in het gastenverblijf. Je meldt je aan via de website of telefonisch. De kamers zijn eenvoudig: een bed, een tafel, een stoel en een kruis.

Er is een gedeelde badkamer. Je betaalt voor de kamer en het ontbijt.

Het diner is vaak inbegrepen of je kunt aansluiten in de refter. Een andere optie is het Klooster Ter Apel in Groningen. Dit is een middeleeuws klooster dat nu een museum is, maar er is ook een gastenverblijf.

Je slaapt hier in een vleugel van het klooster. De kamers zijn moderner dan in Berne, maar nog steeds sober.

Je kunt hier deelnemen aan een rondleiding of een stilte-uur. De pelgrimsroute van Groningen naar Ter Apel is ongeveer 50 kilometer lang en loopt door de Friese en Groningse weilanden.

De Sint-Adelbertabdij in Egmond aan den Hoef is een andere toplocatie. Hier wonen monniken van de orde van Benedictus. Het gastenverblijf ligt naast de abdijkerk. Je kunt hier overnachten als je de pelgrimsroute van Amsterdam naar Egmond loopt.

De kamer is simpel, maar je hebt uitzicht op de duinen. Het ontbijt is met brood uit de eigen bakkerij.

Je betaalt ongeveer €45 per nacht voor een eenpersoonskamer. In het zuiden van Nederland is het klooster van de Zusters van het Allerheiligste Sacrament in Megen een optie. Dit klooster ligt aan de Maas en is onderdeel van de Jacobspad.

De kamers zijn klein, maar comfortabel. Je eet mee met de zusters.

De sfeer is heel gastvrij. Je betaalt hier ongeveer €35 per nacht, inclusief ontbijt en diner. Je moet wel van tevoren reserveren, want er zijn maar een paar kamers.

Prijzen en varianten: wat kost het?

Overnachten in een klooster is vaak goedkoper dan een hotel. De prijzen variëren per locatie en per kamer. In Nederland betaal je tussen de €30 en €55 per nacht voor een eenpersoonskamer, vergelijkbaar met eenvoudig overnachten in pelgrimsherbergen.

Een tweepersoonskamer is vaak iets duurder, rond de €50 tot €70. De meeste kloosters bieden alleen ontbijt aan, maar sommige hebben ook een diner.

In Ter Apel kun je voor €10 extra aansluiten in de refter voor het avondeten. Er zijn verschillende soorten kamers.

Sommige kloosters hebben privékamers met eigen sanitair, andere hebben gedeelde badkamers. In de Abdij van Berne zijn de kamers eenvoudig, maar met een eigen wastafel. De badkamer is gedeeld.

In de Sint-Adelbertabdij zijn de kamers moderner en heeft een deel eigen sanitair.

Je kiest wat bij je past. Als je meer comfort wilt, kies dan voor een klooster met privékamers, maar let op: die zijn duurder. Een variant is het klooster op de fiets. Sommige kloosters, zoals het Klooster in Vught, bieden fietsarrangementen aan.

Je fietst een route van 2 tot 3 dagen en overnacht in kloosters onderweg. De kosten zijn ongeveer €150 voor 3 dagen, inclusief overnachtingen, ontbijt en routebeschrijving.

Dit is een mooi alternatief voor wie niet de volledige pelgrimsroute naar Santiago de Compostela wil lopen, maar wel de sfeer wil proeven.

Je fiets je eigen tempo en onderweg stop je bij kloosters zoals die in Berne of Megen. Laat je tijdens het spiritueel wandelen inspireren door mindfulness en gebed. Let op: sommige kloosters vragen een extra bijdrage voor deelname aan gebed of een donatie. Dit is vrijwillig, maar wel gebruikelijk.

In Ter Apel geef je bijvoorbeeld €5 voor de kapel. In Berne is er een donatiebox in de refter. Geef wat je kunt missen. Het is een manier om de gemeenschap te steunen.

Praktische tips voor een geslaagd verblijf

Reserveer altijd van tevoren. Kloosters hebben maar een paar kamers en ze zitten snel vol, vooral in het pelgrimseizoen (april tot oktober).

Bel of mail minimaal twee weken van tevoren. Geef aan dat je een pelgrim bent en vraag naar de regels. Sommige kloosters vereisen een pelgrimspas of een bewijs van je wandeling. Neem die mee. Neem een zaklamp mee.

De gangen en trappen in kloosters zijn vaak donker. Een hoofdlamp is handig als je ’s nachts naar het toilet moet.

Neem ook oordoppen mee. Sommige kloosters hebben dunne muren of je hoort de klokken luiden.

Een slaapmasker is fijn als je niet tegen licht kunt. Neem je eigen handdoek en toiletartikelen mee. Veel kloosters verhuren handdoeken, maar niet altijd.

Een kleine handdoek is genoeg. Neem ook je eigen zeep en shampoo.

De kamers zijn sober, maar wel schoon. Vergeet niet je wandelschoenen droog te maken. In de kapel en de refter draag je sokken of pantoffels, geen vieze schoenen.

Wees op tijd voor de maaltijden. De refter gaat vaak om 12:00 uur open voor de lunch en om 18:00 uur voor het diner.

Je eet met de gemeenschap. Als je te laat bent, mis je de maaltijd.

Neem je eigen waterfles mee. In de meeste kloosters kun je deze vullen bij de kraan in de keuken.

Vergeet niet je pelgrimspas mee te nemen voor de stempels. In Ter Apel en Berne kun je een stempel krijgen voor je pelgrimspas. Tot slot: geniet van de stilte. In een klooster is het vaak stil.

Gebruik die rust om tot jezelf te komen. Loop een rondje in de tuin, lees een boek of schrijf in je dagboek.

Je hoeft niets te doen. Je mag er gewoon zijn.

Dat is het cadeau van een kloosterovernachting. Het maakt je wandeling tot een reis naar binnen.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Pelgrimsroutes en Bedevaartsoorden
Ga naar overzicht →