Hoe word je monnik of non in de 21e eeuw?
Je hebt vast wel eens gedacht: wat als ik gewoon alles achterlaat en kies voor een leven in stilte en gebed? In Nederland zie je weer een kleine opleving van kloostergemeenschappen, van de norbertijnen in abdij Berne tot de zusters in het Limburgse Schiermonnikoog.
Het klinkt romantisch, maar het is vooral een heel concrete keuze met harde eisen. Hier lees je stap voor stap hoe je in de 21e eeuw monnik of non wordt, specifiek in Nederland, met een realistische planning en valkuilen om te vermijden.
Wat je nodig hebt voor je eerste stap
Voordat je een voet over de drempel zet, check je de basisvoorwaarden. Je bent minimaal 18 jaar, hebt een gezond lichaam voor het dagritme, en je beschikt over een onbesproken gedrag (VOG). Je hebt een startkapitaal nodig van ongeveer €2.000–€5.000 voor persoonlijke spullen, een rugzak van 30–40 liter, stevige wandelschoenen (maat 40–46), en een Bijbel of getijdenboek (bijvoorbeeld het getijdenboek van de Abdij van Berne).
Qua opleiding volstaat havo-niveau of hoger; belangrijker is dat je Nederlands spreekt op B1-niveau en dat je kunt reflecteren op je gedrag.
Een verklaring van geen bezwaar van je parochie of geloofsgemeente helpt enorm. Reken op een medische keuring (hartslag rust 60–80, BMI 18,5–28) en een financiële check: je schulden moeten zijn weggewerkt of een duidelijk aflosplan hebben.
Verwacht geen salaris. In de meeste kloosters ontvang je een kleine maandvergoeding van €50–€150 voor persoonlijke uitgaven. Je krijgt kost, inwoning en medische basiszorg. Je eigen auto meenemen is meestal niet toegestaan; een OV-chipkaart is handig voor zeldzame uitjes.
“Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.” — alledaagse kloosterwijsheid in Nederland
Stap 1: Oriëntatie en kennismaking (maanden 1–3)
Je begint met research. In Nederland zijn verschillende kloosterordes actief, zoals de cisterciënzers (Abdij van Berne), de norbertijnen (Abdij van Averbode), de benedictijnen (Sint-Adelbertabdij) en de zusters van diverse congregaties. Kies een orde die bij je past: wie van stilte en ritme doet goed bij benedictijnen; wie van gemeenschap en pastoralia kiest vaak voor norbertijnen.
Plan een ‘kloosterweekend’ of een individuele retraite van 3–5 dagen. Kosten: €30–€60 per nacht inclusief maaltijden.
Neem een notitieboekje mee (A5) en schrijf elke dag drie observaties op: wat voelde ik, wat deed ik anders, wat viel me op in het ritme? Vraag bij aankomst naar de dagindeling en de onderlinge taakverdeling.
Veelgemaakte fout: je blind staren op het ideaalbeeld. Doe niet meteen je baan opzeggen. Blijf werken en plan je kennismakingen in het weekend.
Een andere fout: je alleen richten op één klooster zonder alternatieven. Spreek met minimaal twee gemeenschappen om een betere vergelijking te maken.
Stap 2: Sollicitatie en intake (maand 3–5)
Na de kennismaking vraag je een intakegesprek aan. Stuur een motivatiebrief van 1–2 pagina’s (500–800 woorden) met je levensloop, je geloofsverhaal en je praktische redenen.
Voeg een CV toe (max 2 pagina’s) en een kopie van je ID-bewijs.
Verstuur per e-mail of brief; sommige kloosters gebruiken nog papieren post. Tijdens het intakegesprek (60–90 minuten) bespreek je je gezondheid, je financiën en je motivatie. Wees eerlijk over psychische klachten; een open houding helpt meer dan perfectie.
Vraag naar de proefperiode (noviciaat) en de exacte kosten: sommige kloosters vragen een bijdrage van €200–€400 per maand voor de eerste maanden, andere niet. Veelgemaakte fout: te veel spiritualiteit praten en te weinig praktijk. Kloosters willen weten of je kunt wassen, koken, tuinieren en samenwerken. Een andere fout: je laten leiden door eenzaamheid. Vraag je af: wil ik dit leven of wil ik alleen maar weg uit mijn huidige situatie?
Stap 3: Pre-noviciaat of wachttijd (maanden 6–12)
Als de intake positief is, start je een pre-noviciaat. Dit is een wacht- en oriëntatietijd van 6–12 maanden.
Je blijft wonen waar je woont, maar je bezoekt regelmatig het klooster (bijvoorbeeld 1 weekend per maand en 1 midweek per kwartaal). Je krijgt huiswerk: lees Bijbel, kerkvaders en de regel van Benedictus; maak een eenvoudige daginvulling die je uitprobeert. Financieel plan je in deze fase je overgang.
Regel je vaste lasten, zeg desnoods je huur op per eerstvolgende contractdatum, en zeg je abonnementen op. Een gemiddelde verhuizing kost €800–€1.500; een opslagbox van 5 m³ kost €30–€50 per maand.
Je mag meestal 1–2 koffers persoonlijke spullen meenemen; een kleine boekenkast (max 30 boeken) is vaak welkom.
Veelgemaakte fout: te veel spullen bewaren ‘voor het geval dat’. Kies voor minimalisme: 7 T-shirts, 3 broeken, 2 truien, 1 winterjas, 1 sportoutfit. Een andere fout: je sociale netwerk plotseling afbreken. Bouw juist nu een steuntje op: een maatje of coach die je tussentijds spreekt.
Stap 4: Noviciaat (1–2 jaar)
Het noviciaat is je officiële proeftijd. Je draagt een eenvoudig habijt of een sobere outfit, je leeft volgens de regel en je ontvangt lessen in spiritualiteit, liturgie en praktische vaardigheden.
De nadruk ligt op luisteren, gehoorzaamheid en stabiliteit. Je onderhoudt weinig contact met buiten; bezoek is meestal 1–2 keer per maand.
Planning: jaar 1 is oriëntatie, jaar 2 (indien nodig) verdieping. Je doet een tiental kleine geloften (stabiliteit, zedelijk gedrag, gehoorzaamheid). De liturgie (getijdengebed) is 4–6 keer per dag, met een ochtendgetijde rond 6:30 en een avondgetijde rond 19:30. Je werkt 4–6 uur per dag: tuin, keuken, onderhoud, gastenzorg.
Veelgemaakte fout: jezelf voorbijlopen. Het tempo is traag; rust en herhaling horen erbij.
Een andere fout: te snel te veel willen presteren. Focus op kleine, herhaalbare taken en een stabiel gebedsritme, bijvoorbeeld als oblaat verbonden met een klooster.
Stap 5: Eerste geloften en doorontwikkeling (na 2 jaar)
Na het noviciaat leg je tijdelijke geloften af voor 3–6 jaar: armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Je ontvangt een nieuwe naam (optioneel) en je rol binnen de gemeenschap wordt duidelijker.
Je kunt je verder specialiseren: liturgie, gastenbegeleiding, tuinbouw, onderwijs of zorg. In Nederlandse kloosters werken veel gemeenschappen samen met scholen of maatschappelijke organisaties, voortbouwend op de rijke traditie waarin Nederlandse paters de wereld introkken.
Financieel blijft het sober: je persoonlijke budget is €50–€150 per maand. Kleding wordt vaak centraal verstrekt; je eigen bijdrage zit in schoenen, vrijetijdskleding en kleine persoonlijke spullen. Verwacht 1–2 vrije dagen per maand voor familiebezoek of een stille wandeling.
Veelgemaakte fout: romantiseren van de eenvoud. Het is prachtig, maar het vraagt discipline en geduld. Een andere fout: jezelf isoleren. Blijf je broeders/zusters opzoeken, ook als het even tegenzit.
Stap 6: Eeuwige gelofte (na 3–9 jaar)
Als je klaar bent, doorloop je de weg naar de eeuwige geloften. Dit is een definitieve keuze binnen de orde.
De plechtigheid is ingetogen en feestelijk, vaak in aanwezigheid van de abt/abdis en de gemeenschap.
Je ontvangt het kruis of een specifiek symbool van je orde en je naam wordt definitief. Levenslang betekent: je blijft wonen in het klooster, je werkt binnen de gemeenschap en je houdt je aan de regel. Reizen is beperkt; je paspoort ligt in het archief.
Vakanties zijn meestal stilteretraites binnen de orde. Je onderhoudt contact met familie, maar je prioriteit ligt bij de gemeenschap.
Veelgemaakte fout: denken dat je na de eeuwige gelofte ‘klaar bent’. Het leven blijft een oefening. Een andere fout: je identiteit volledig opgeven; een monnik of non blijft een persoon met gaven en beperkingen.
Verificatie-checklist
- Ik ben 18+ en heb een VOG aangevraagd.
- Ik spreek Nederlands op B1-niveau.
- Ik heb minimaal twee kloosters bezocht (3–5 dagen per bezoek).
- Ik heb een motivatiebrief en CV klaar.
- Ik heb een financieel plan voor de komende 12 maanden (€2.000–€5.000 buffer).
- Ik heb een medische keuring gedaan (hartslag rust 60–80, BMI 18,5–28).
- Ik heb mijn spullen gereduceerd tot 1–2 koffers en een boekenkast van max 30 boeken.
- Ik heb een contactpersoon voor tussentijdse coaching.
- Ik begrijp het dagritme (4–6 getijden, 4–6 uur werk) en de eerste geloften.
- Ik heb een realistisch beeld van de maandvergoeding (€50–€150) en de kosten voor verhuizing/opslag.
