Heilige Walburga: De patrones tegen hongersnood en hondsdolheid
Jeugd en familie van Walburga
Stel je voor: je groeit op in een koninklijke familie, maar dan in het 8e-eeuwse Engeland.
Niet met gouden lepels, maar met een diep geloof en een roeping. Heilige Walburga werd rond 710 geboren als dochter van Richard van Wessex. Een adellijke afkomst, maar haar latere roeping was belangrijker dan al het goud. Walburga had twee broers die ook heilig werden verklaard: Willibald en Wunibald.
Het was een echte geloofsfamilie. Je kunt je voorstellen dat het diner minder ging over hofintriges en meer over spiritualiteit en dienstbaarheid.
Ze kreeg een degelijke opleiding in het klooster van Wimborne, een plek waar vrouwen intellectueel en spiritueel flink werden uitgedaagd.
De band met haar broers was sterk. Toen Willibald en Wunibald vertrokken naar het vasteland om daar missiewerk te doen, bleef Walburga niet achter. Ze volgde haar roeping, en die leidde haar uiteindelijk ook naar Europa. Haar jeugd legde de basis voor een leven vol vastberadenheid en geloof.
Reis naar het vasteland en kloosterleven
De overtocht vanuit Engeland naar het continent in de 8e eeuw was geen plezierreisje. Het was een gevaarlijke onderneming over woeste zeeën.
Toch maakte Walburga deze reis, waarschijnlijk rond 748, om zich bij haar broer Willibald te voegen. Hij was op dat moment al actief in Duitsland en had de basis gelegd voor de missie. Walburga's komst was niet zomaar een familiebezoek.
Ze had een duidelijke taak. Ze werd non en kreeg de leiding over het klooster in Tauberbischofsheim.
Dit was een belangrijke stap in de organisatie van de kloostergemeenschap. Ze stond onder de invloed van het werk van Bonifatius, de grote missionaris die Europa Christianiseerde. Zij zette zijn werk voort, maar op een manier die paste bij haar eigen krachten.
In Tauberbischofsheim bouwde ze aan een gemeenschap van vrouwen die zich volledig toewijdde aan het geloof. Het was een plek van gebed, werk en stilte.
Haar aanwezigheid gaf de gemeenschap een nieuwe impuls. Ze was niet iemand die alleen maar volgde; ze leidde en inspireerde.
Abdis van het dubbelklooster in Heidenheim
Haar broer Wunibald had in Heidenheim een dubbelklooster opgezet. Dat betekende dat er zowel mannen als vrouwen in één gemeenschap leefden, weliswaar gescheiden, maar onder één dak en met één abt of abdis.
Toen Wunibald in 761 overleed, was de opvolging een vraagstuk. De keus was snel gemaakt: Walburga werd de nieuwe abdis.
Ze nam de leiding over zowel de mannen- als de vrouwenafdeling op zich. Dat was uniek en vereiste sterk leiderschap. Ze moest de regels bewaken, de dagelijkse gang van zaken regelen en de spirituele koers uitzetten, in een tijd waarin de kerstening van de Lage Landen nog volop in beweging was. Ze bleek een uitstekende bestuurder te zijn.
De gemeenschap floreerde onder haar leiding. Haar tijd in Heidenheim was bepalend voor haar latere verering.
Ze bracht er bijna twintig jaar door, tot haar dood in 779. Ze stierf waarschijnlijk in de nabijheid van de gemeenschap die ze had opgebouwd en geleid. Haar graf in de kerk van Heidenheim werd later de plek waar de wonderen begonnen, vergelijkbaar met de verering van de heilige Liduina van Schiedam.
De wonderen van de Walburga-olie
Bijna dertig jaar na haar dood, in 806, wilden de monniken haar relieken verplaatsen.
Toen ze haar graf openden, gebeurde er iets bijzonders. Het lichaam van Walburga was niet vergaan, maar 'onvergankelijk'. Bovendien steeg er een zoete, bloemachtige geur op, de zogenaamde 'geur der heiligheid'.
Maar het meest bijzondere was de vloeistof die uit haar lichaam leek te stromen. Een geurige olie. Men ving deze olie op en bleek dat deze een genezende werking had.
De Walburga-olie, zoals het werd genoemd, zou helpen tegen allerlei kwalen. Zieken die ermee werden gezalfd, zouden beter worden.
Dit fenomeen trok pelgrims van heinde en verre. Tot op de dag van vandaag wordt in de crypte van de Sint-Walburgakerk in Eichstätt, Duitsland, deze olie verzameld. De kerk heeft een speciaal systeem van kanaaltjes en filters om de olie op te vangen. Pelgrims kunnen deze olie meenemen als ze de kerk bezoeken, net zoals velen ook de legende van de heilige Cunera eren. Het is een tastbaar bewijs van de voortdurende wonderkracht van Walburga.
Patrones tegen hongersnood en hondsdolheid
Walburga werd al snel aanbeden als beschermheilige. Haar bescherming was niet vaag; ze had specifieke taken.
Ze was de aangewezen persoon om aan te roepen bij hongersnood. In een tijd waarin misoogsten catastrofaal konden zijn, was zij de hoop voor de boerenbevolking. Daarnaast was ze de patrones tegen hondsdolheid.
In de Middeleeuwen was een hondsdolle beet een gruwelijke zaak, zonder echte geneeskunde.
Mensen zochten hun toevlucht bij Walburga. Haar relieken werden aangeraakt of men bad tot haar om bescherming tegen deze ziekte. Haar feestdag is op 25 februari. Op die dag wordt haar nagedacht.
Er is een bekend gezegde: "Als Walburga de sneeuw doet smelten, dan is de winter voorbij." Dit toont de verbinding met de seizoenen en de landbouw. Een ander fenomeen is de Walpurgisnacht (30 april).
Vroeger dacht men dat heksen en duivels op die nacht bijeenkwamen op de Bergen (zoals de Blocksberg). Walburga werd gezien als de tegenkracht. Door haar relieken te tonen of gebeden uit te spreken, kon men de duivelse invloeden weren. Zo werd ze de beschermster tegen zowel aardse als bovennatuurlijke gevaren.
