De scheiding tussen kerk en staat: Een historisch overzicht

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
De Reformatie en Religieuze Strijd · 2026-02-15 · 9 min leestijd

Stel je voor: je bent in de 16e eeuw en je hele leven, van je geboorte tot je begrafenis, wordt bepaald door één instantie: de kerk. Je betaalt belasting aan ze, ze bepalen wat je mag geloven en ze houden boeken bij van je familie.

Dat was de realiteit. Toen kwam de Reformatie en later de Verlichting en langzaam maar zeker begon er een scheiding te ontstaan. Het was een pijnlijk, lang en soms gewelddadig proces.

Het ging over macht, geld en de vrijheid om na te denken.

Vandaag de dag lijkt het zo vanzelfsprekend dat de regering en de kerk gescheiden zijn, maar het is een heel nieuw idee dat pas echt vorm kreeg in de afgelopen 200 jaar. Dit is het verhaal van hoe we in Nederland van een land waar geloof en staat één waren, naar een systeem gingen waarin ze elkaars onafhankelijke partners zijn geworden.

De oude eenheid: Kerk en Staat als één

In de Middeleeuwen was er amper een verschil tussen de kerk en de staat.

De Rooms-Katholieke Kerk was de centrale macht in Europa. Denk aan de bisschoppen die in de stad woonden; zij hadden niet alleen geestelijke macht, maar ook enorme politieke invloed en grondbezit. Ze zaten in de raden van de koning en de graaf. Eigenlijk was de kerk de vroegste versie van een overheid.

Iedereen hoorde erbij, of je het wilde of niet. Je werd gedoopt, je trouwde in de kerk en je kreeg een begrafenis op het kerkhof.

Wie niet meedeed, werd buitengesloten of erger. In die tijd was 'ketters' zijn niet alleen een zonde, het was een misdaad tegen de staat.

De bisschop en de graaf werkten hand in hand. De kerk leverde de morele regels en de legitimatie voor het gezag, de wereldlijke leider leverde het leger en de wetshandhaving. Het was een ijzersterke, maar ook benauwende eenheid.

De kerk was ook een economische grootmacht. In Nederland had de kerk, via de tienden, recht op een tiende deel van alle landbouwopbrengsten.

Dat was een enorme belasting die direct naar Rome of naar de bisschop ging. Daarnaast bezat de kerk grote stukken land, molens en visserijrechten. Dit maakte de kerk onafhankelijk van lokale heersers en ontzettend rijk.

De kloosters, zoals die in Egmond-Binnen of Tholen, waren belangrijke economische centra.

Ze waren de vroegere versies van grote bedrijven. Toen de eerste hervormers zoals Maarten Luther en Johannes Calvijn hun ideeën verspreidden, was de reactie van de kerk niet alleen theologisch; het was ook een bedreiging voor dit machtige economische systeem. De strijd die volgde was niet alleen over wat je mocht geloven, maar ook over wie de macht over geld en grond zou krijgen.

De Reformatie: De eerste breuklijn

Het moment dat de scheiding echt begon, was in de jaren 1560 met de opstand tegen koning Filips II van Spanje.

Nederland wilde niet langer bestuurd worden door een verre katholieke koning die de protestanten vervolgde. De Beeldenstorm in 1566 was een radicaal moment waarin mensen letterlijk de verbinding tussen kerk en staat kapotmaakten door katholieke beelden en altaren te vernielen. Het was een uiting van woede tegen de oude orde. De Opstand, geleid door Willem van Oranje, resulteerde in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Dit was het begin van een nieuw systeem. De publieke kerk, de Gereformeerde Kerk, werd weliswaar de staatskerk, maar de praktijk was anders.

In de Republiek was ruimte voor andere geloven, mits ze zich stil hielden.

Deze scheiding was toen nog niet compleet, maar de kiem was geplant. In de Republiek was de overheid (de Staten-Generaal en de Staten van Holland) veel machtiger dan de kerk. De kerk mocht adviseren, maar de wereldlijke macht besliste.

Dit was een radicale omkering. Bovendien ontstond er in de Gouden Eeuw een enorme diversiteit.

Je had de Gereformeerde Kerk, maar ook de katholieken (die soms in schuilkerken zoals de 'Ons' Lieve Heer op Solder' in Amsterdam moesten samenkomen), doopsgezinden, remonstranten en joden. De overheid moest pragmatisch zijn om burgerlijke orde te houden. Dit zorgde voor een vroege vorm van tolerantie.

Hoewel de scheiding nog niet wettelijk geregeld was, was de praktijk al dat de kerk niet meer de enige baas was.

De staat was geboren en nam het langzaam over.

Het ontstaan van de Grondwet: De officiële scheiding

Na de Franse Tijd en de invoering van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815, kwam de scheiding tussen kerk en staat op een nieuw niveau.

In de Grondwet van 1848, gemaakt door Johan Rudolph Thorbecke, werd de scheiding een feit. Artikel 164 (in de huidige Grondwet is het artikel 6) stelt dat iedereen zijn godsdienst of levensovertuiging vrij mag belijden. De overheid mag niet discrimineren op basis van geloof. Dit was een enorme stap.

De overheid ging zich neutraal opstellen. Ze bemoeide zich niet meer met de inhoud van het geloof.

Wel bleef er een ding: de 'bijzondere' positie van de kerkgenootschappen. Ze kregen nog steeds geld van de staat, de zogenaamde 'Traktementen'.

Dit zijn salarissen voor predikanten en rabbijns die al eeuwenlang worden betaald, als compensatie voor het verlies van kerkelijk land in het verleden. Deze scheiding was niet alleen een Nederlands fenomeen; het paste bij de tijdgeest van de Verlichting. De overheid werd een neutrale scheidsrechter die zorgde voor onderwijs gebaseerd op religieuze waarden, wegen en veiligheid, en niet langer een vertegenwoordiger van God op aarde.

In Nederland kregen we hierdoor de 'verzuiling'. De maatschappij werd opgedeeld in zuilen: katholiek, protestants, socialistisch en liberaal.

Elk had zijn eigen kranten, scholen, sportclubs en ziekenhuizen. De staat financierde dit allemaal, zolang het maar paste in de wet. Dit systeem van staatsfinanciering voor religieuze instellingen is typisch Nederlands.

De scheiding was een feit op papier, maar in de praktijk bleven kerk en staat door geld en onderwijs met elkaar verweven.

Pas later, in de 20e eeuw, zouden de geldstromen langzaam opdrogen, lang nadat de strijd tegen paapse stoutigheden was geluwd.

Hoe het nu werkt: De neutrale overheid

Tegenwoordig is de scheiding vastgelegd in artikel 1 en 6 van de Grondwet.

De overheid mag geen voorkeur uitspreken voor een godsdienst. Ze mag ook niet discrimineren op basis van geloof.

Dit betekent dat de regering geen wetten mag maken die zeggen: "Je moet naar de kerk" of "Je mag niet naar de moskee". De politiek is seculier. Een minister mag best gelovig zijn, maar hij of zij moet beslissingen nemen op basis van het algemeen belang en de wet, niet op basis van een bijbel of koran. Dit werkt in de praktijk door in zaken zoals de zondagsrust.

Vroeger was zondag een rustdag; nu is het gewoon een dag zoals elke andere.

Winkels mogen open zijn, al zijn er nog steeds gemeentes die hier strengere regels voor hebben vanuit historische redenen. Een belangrijk onderdeel van hoe het nu werkt is het bestuur van religieuze instellingen. De overheid ziet religieuze gemeenschappen als 'rechtspersonen'.

Dat betekent dat ze een eigen juridische status hebben, net als een bedrijf of een vereniging. Ze mogen hun eigen regels maken, gebouwen kopen en geld aannemen van leden.

De overheid bemoeit zich niet met de inhoudelijke discussies binnen de kerk, zoals de vraag of vrouwen wel of geen dominee mogen worden.

Dat is een interne aangelegenheid. Wel moet iedereen zich houden aan de algemene wet. Als een kerkelijke regel ingaat tegen de Nederlandse wet (bijvoorbeeld over mishandeling of discriminatie), dan geldt de Nederlandse wet.

De overheid is de baas over de openbare orde, de kerk is de baas over het geloof. Die scheiding is nu helder en wettelijk goed geregeld.

De praktische kant: Geld, symbool en ruimte

Hoewel we een scheiding hebben, is het in de praktijk soms ingewikkeld. Neem geld.

De overheid betaalt niet meer de salarissen van dominees of priesters (de traktementen lopen af), maar er zijn nog wel andere regelingen. De meeste religieuze gebouwen zijn eigendom van de kerk, maar onderhoud kan duur zijn. Soms geeft de gemeente subsidie voor het restaureren van een historisch kerkgebouw, zoals de Grote Kerk in Dordrecht of een synagoge in Groningen, omdat het een monument is.

Dit is geen steun aan het geloof, maar aan de cultuurgeschiedenis. Dit onderscheid is soms een discussiepunt.

Hoeveel kost zo'n restauratie? Dat loopt uiteen van enkele tonnen tot miljoenen euro's, afhankelijk van de grootte en de schade.

Een andere praktische kwestie is de ruimte in de openbare ruimte. Mag een kerk een luidklok luiden? In de meeste gemeentes zijn er regels over geluidsoverlast, maar vanwege de culturele traditie mag het vaak wel op specifieke tijden. Mag iemand een hoofddoek dragen op school of op het werk?

De wet zegt dat dit mag, tenzij het een objectief veiligheidsrisico oplevert (zoals in de bouw). De discussie over de scheiding laait vaak op bij dit soort kwesties.

De overheid probeert een balans te vinden: ruimte geven aan geloof, maar geen geloof opleggen. Voor de lezer die hierover wil discussiëren: onthoud dat de basis van de Nederlandse rechtsstaat is dat de overheid neutraal is. Ze is niet vóór of tégen geloof; ze staat erboven. Dat is het fundament van onze vrijheid.

Stappenplan: Hoe burgers invloed uitoefenen

Hoe kunnen burgers die dit onderwerp belangrijk vinden nu concreet iets doen?

De scheiding is niet iets dat je zomaar aanpast, maar je kunt wel je stem laten horen. Stap 1 is het volgen van de politiek.

Wetten over geloofsvrijheid en discriminatie worden besproken in de Tweede Kamer. Als je vindt dat de overheid te ver gaat (of niet ver genoeg gaat) in het reguleren van religieuze uitingen, kun je contact opnemen met een Kamerlid of naar een hoorzitting gaan. Stap 2 is lokaal. In je gemeente worden vergunningen verleend voor bouw van gebedshuizen of evenementen.

Als je bezwaar hebt of juist wilt helpen, is de gemeenteraad het aanspreekpunt.

Stap 3 is het ondersteunen van organisaties die zich inzetten voor geloofsvrijheid of juist voor de seculiere staat. Denk aan organisaties als het Humanistisch Verbond, de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) of het Contactorgaan Moslims en Overheid. Zij organiseren debatten en lobbyen bij de politiek.

Een praktische tip: volg de discussies over het 'wetsvoorstel Gelijke Behandeling'. Dit is een wet die regelt dat je niet gediscrimineerd mag worden op geloof, ook niet door een werkgever.

De scheiding tussen kerk en staat is een levend onderwerp. Het is niet iets uit een geschiedenisboek; het bepaalt elke dag weer hoe we met elkaar omgaan in een land met steeds meer verschillende overtuigingen.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over De Reformatie en Religieuze Strijd
Ga naar overzicht →