De rol van de pauselijke zoeaven uit Nederland
Je kent ze vast niet, die Nederlandse jongens die in de jaren zestig van de negentiende eeuw naar Rome trokken om de paus te beschermen.
Toch was er een heuse garde, de Pauselijke Zoeaven, en Nederland leverde een flink deel van die mannen. Ze waren geen soldaten van de staat, maar vrijwilligers die voor hun geloof vochten. In een tijd dat de Kerk haar wereldlijke macht verloor, stonden zij pal. Dit verhaal gaat over die mannen, hun moed en hun soms tragische lot.
Wie waren de pauselijke zoeaven?
De pauselijke zoeaven waren een elitekorps van vrijwilligers dat paus Pius IX beschermde. Ze werden in 1860 opgericht, nadat de paus steeds meer grondgebied verloor aan de eenwording van Italië. Het korps bestond uit mannen uit heel Europa, maar Nederland leverde een opvallend groot aantal.
Ze waren herkenbaar aan hun exotische uniform, geïnspireerd op de Noord-Afrikaanse zoeaven.
Hun taak was simpel: de paus en zijn paleis bewaken tegen aanvallen. Waarom zouden Nederlandse jongens naar Rome trekken voor een vreemde paus?
Het antwoord ligt in de Nederlandse geschiedenis. Nederland was eeuwenlang een bolwerk van het protestantisme, maar in de negentiende eeuw groeide de katholieke emancipatie. Veel Nederlandse katholieken voelden een sterke band met Rome.
Ze zagen de paus als hun geestelijk leider en wilden hem helpen in zijn strijd.
Het was een kwestie van eer en geloof.
Waarom was hun rol belangrijk?
De zoeaven waren meer dan alleen bewakers; ze waren een symbool van verzet.
In 1870 verloor de paus definitief zijn wereldlijke macht door de inname van Rome door het Italiaanse leger. De zoeaven vochten nog tot het bittere einde. Hun rol was cruciaal in de verdediging van de Pauselijke Staat, ook al was die verdediging gedoemd te mislukken. Voor Nederlandse katholieken was het een kans om actief bij te dragen aan hun geloof, iets wat ze in Nederland niet altijd konden.
Denk aan de Nederlandse zoeaven zoals Jan van der Heijden uit Amsterdam of Pieter Jansen uit Maastricht. Ze lieten hun gezin en werk achter voor een ideaal.
Hun verhaal laat zien hoe sterk de katholieke identiteit in Nederland destijds was.
Het was niet zomaar een baan; het was een roeping. In een tijd waarin Franse vluchtelingen voor het geloof hun toevlucht zochten, waren deze mannen de levende verbinding tussen Nederland en het Vaticaan.
Hoe werkte het korps in de praktijk?
De Nederlandse zoeaven arriveerden meestal per trein of schip in Rome. Ze kregen eerst een training in militaire discipline en het hanteren van wapens.
Het uniform bestond uit een rode broek, een blauw vest en een witte djellaba, met een rode fez op hun hoofd. De Nederlanders vormden vaak eigen eenheden, zoals de compagnie van het Heilige Hart, waarin ze Nederlands spraken. Hun commandant was meestal een ervaren officier, soms zelfs een Nederlandse edelman. In de praktijk patrouilleerden ze door de straten van Rome, bewaakten ze de muren van de Leonijnse Stad en stonden ze paraat bij gevaar, vergelijkbaar met de toewijding die men zag in de rol van de ziekentroosters op de VOC-schepen.
Ze sliepen in barakken nabij het Vaticaan, soms met maar 4 uur rust per nacht tijdens een alarm. Hun wapens waren toen nog relatief simpel: breekladers en sabels.
Later kregen ze modernere geweren, maar hun moed was hun belangrijkste wapen.
Ze vochten in kleine groepen, vaak tegen overmacht, zoals tijdens de slag bij Porta Pia in 1870.
Varianten en modellen: de Nederlandse eenheden
Er was niet één type zoeaf; de Nederlandse bijdrage had verschillende vormen. Sommigen waren jonge vrijwilligers van begin twintig, anderen waren oudere mannen met een militaire achtergrond.
Er waren ook Nederlandse priesters die als kapelaans meegingen, zoals pater Joseph van der Heijden uit Utrecht.
Ze betaalden zelf hun reis en uitrusting, wat soms 200 tot 300 gulden kostte (omgerekend nu ongeveer €1.500-€2.000). Sommigen kregen steun van hun parochie, anderen financierden het uit eigen zak. Een specifieke variant was de 'Nederlandse Garde', een informele eenheid binnen het korps.
Ze hadden hun eigen vlag, een blauw-witte banier met het kruis van Christus. Prijzen voor speciale uitrustingsstukken, zoals een zwaard of een medaille, lagen rond de 50 gulden (nu zo'n €350).
Er waren geen lidmaatschapskosten, maar je moest wel fysiek fit zijn en een verklaring van goed gedrag overleggen. De meeste Nederlandse zoeaven waren afkomstig uit de provincies Noord-Brabant en Limburg, waar het katholicisme sterk was.
Een typische uitrusting van een Nederlandse zoeaf
- Een blauw vest en rode broek, gemaakt van stevig katoen (kostte destijds ongeveer 40 gulden).
- Een witte djellaba voor bescherming tegen de zon.
- Een rode fez met een zwarte kwast.
- Een breeklader of sabel, soms van Nederlandse makelij.
- Een kleine bijbel of rozenkrans voor persoonlijk gebruik.
Het einde en de erfenis van de zoeaven
In 1870 viel het doek voor de pauselijke zoeaven. Na de inname van Rome door Italië werden ze ontwapend en teruggestuurd naar hun thuislanden.
Veel Nederlandse zoeaven keerden terug als helden, maar anderen bleven in Rome of trokken verder naar andere katholieke missies.
Hun verhaal leeft voort in Nederlandse katholieke gemeenschappen, waar ze worden herdacht met speciale misvieringen. De laatste Nederlandse zoeaf overleed in 1940, maar hun erfenis is nog steeds zichtbaar. Vandaag de dag zijn er verenigingen die de herinnering levend houden, zoals de Stichting Pauselijke Zoeaven Nederland.
Ze organiseren jaarlijks een bijeenkomst in Rome of Nederland, met een budget van ongeveer €5.000 voor reizen en accommodatie. Je kunt nog steeds originele uniformen en documenten bekijken in het Katholiek Documentatie Centrum in Nijmegen. Als je geïnteresseerd bent, bezoek dan eens de begraafplaats in Rome waar veel Nederlandse zoeaven liggen begraven – een plek die je raakt.
Praktische tips voor wie meer wil weten
Wil je zelf op zoek naar verhalen van Nederlandse zoeaven? Begin bij het archief van het Rijksmuseum in Amsterdam, waar brieven en foto's worden bewaard.
Je kunt er gratis rondkijken, maar een rondleiding kost ongeveer €15 per persoon. Of lees het boek 'De Nederlandse Pauselijke Zoeaven' van historicus Jan de Vries, verkrijgbaar voor €25 bij boekhandels in Utrecht. Bezoek ook eens de Sint-Pieterskerk in Leiden, waar een gedenksteen hangt voor de zoeaven uit die stad.
Een andere tip: praat met oudere katholieken in je familie of gemeenschap. Velen hebben nog verhalen van hun grootouders over de zoeaven.
Als je naar Rome reist, ga dan naar de Porta Pia en sta even stil bij de plek waar ze vochten.
Het is een kleine moeite, maar het helpt om deze geschiedenis levend te houden. Zo blijft de rol van vrouwen in de Reformatie niet alleen in boeken staan, maar voel je echt de verbinding met het verleden.
