De rol van de kerk in de Tweede Wereldoorlog: Verzet en collaboratie

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Kerk, Politiek en Maatschappij · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je vraagt je soms af hoe de kerk zich staande hield in de donkerste jaren van Nederland.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond de kerk op een kruispunt: moest ze zwijgen of juist spreken? Sommige predikanten kozen voor verzet, anderen voor samenwerking. Die spanning voelde je in elke Nederlandse gemeente, van de grachtengordel in Amsterdam tot de kleine dorpen in Zeeland. In dit verhaal ontdek je hoe de kerk worstelde met haar eigen geweten en wat die keuzes vandaag nog voor ons betekenen.

Wat bedoelen we met de rol van de kerk in de oorlog?

De rol van de kerk in de Tweede Wereldoorlog gaat over de keuzes die kerkleiders en gelovigen maakten onder Duitse bezetting. Het ging niet alleen om gebed, maar om overleven, beschermen en soms collaboreren.

De kerk had een enorme morele autoriteit en die werd op de proef gesteld.

In Nederland waren er twee hoofdstromen: de Nederlandse Hervormde Kerk en de Rooms-Katholieke Kerk, met daarnaast kleinere groepen zoals de Gereformeerde Kerken en de Vrijzinnigen. Iedere groep reageerde anders op de druk van de bezetter. Waarom is dit belangrijk?

Omdat de kerk een plek was waar mensen samenkwamen, niet alleen voor geloof maar ook voor steun en informatie. In een tijd zonder internet en met strenge censuur was de preekstoel een van de weinige openbare kanalen.

De keuzes die toen werden gemaakt, bepaalden wie veilig was en wie niet. En die keuzes laten zien hoe moeilijk het is om moreel te blijven staan onder extreme druk.

Hoe verliep de kerkelijke verzet in Nederland?

Het verzet binnen de kerk begon al vroeg in de oorlog. Veel predikanten weigerden mee te werken aan de Duitse propaganda.

Ze spraken in hun preken over hoop en menselijkheid, soms in vage bewoordingen om de censuur te omzeilen. Een bekend voorbeeld is dominee Gerrit van der Leeuw, die later zelfs onderduikers hielp. Hij sprak in zijn kerk in Utrecht over "de kracht van het zwakke", een boodschap die veel mensen raakte.

Daarnaast was er de kerkenraad die actief mensen beschermde. In Amsterdam en Rotterdam werden onderduikers ondergebracht in pastorieën en kerkgebouwen.

De kerk had de ruimte en de netwerken om dat te organiseren.

"We moesten kiezen tussen zwijgen en spreken. Ik koos voor spreken, ook al was het gevaarlijk." - Een anonieme dominee uit 1943

Sommige predikanten leverden ook materiaal voor ondergrondse kranten. De kerk was dus niet alleen een geestelijk baken, maar ook een praktische schuilplaats. Verzet had een prijs. Predikanten werden gearresteerd, kerken werden gecontroleerd.

Toch bleven veel gelovigen trouw aan hun voorganger. Het vertrouwen in de kerk groeide soms juist in deze jaren, omdat de kerk liet zien dat ze voor de mensen stond.

Wat was collaboratie en hoe werkte het binnen de kerk?

Collaboratie binnen de kerk betekende meewerken met de Duitse bezetter of diens Nederlandse handlangers. Sommige kerkleiders zagen de Duitsers als een bescherming tegen het communisme of als een nieuwe orde.

Ze spraken in hun preken positief over de bezetter of weigerden zich uit te spreken tegen onrecht. Dit gebeurde vooral in de eerste oorlogsjaren, toen de druk nog niet zo groot was. Een specifiek voorbeeld is de zogenaamde "Nederlandsche Kerk in den Buitenlande", die soms samenwerkte met de Duitse autoriteiten.

Ook binnen de Rooms-Katholieke Kerk waren er priesters die niet openlijk tegen de Jodenvervolging spraken, uit angst voor represailles.

Ze kozen voor stilte, wat door velen als collaboratie werd gezien. Hoe werkte dat in de praktijk? Een predikant die meewerkte, kreeg soms voordelen: bescherming van zijn kerk, geen arrestatie. Maar het gevolg was dat gelovigen zich in de steek gelaten voelden.

Sommige kerken raakten verdeeld. In een dorp in Friesland brak zelfs ruzie uit tussen voor- en tegenstanders van de samenwerking. De kerk werd zo een spiegel van de maatschappelijke verdeeldheid.

Welke varianten en modellen zagen we in Nederland?

In Nederland waren er grofweg drie modellen van kerkelijk gedrag tijdens de oorlog: actief verzet, passief verzet (stilzwijgen) en actieve collaboratie. Elk model had zijn eigen kenmerken en prijs.

Actief verzet was het gevaarlijkst, maar leverde het meeste morele gezag op. Passief verzet was veiliger, maar kon ook leiden tot schuldgevoelens. Collaboratie was soms een keuze uit angst, maar bracht de kerk in een kwaad daglicht, wat later nog zou resoneren in de bisschoppelijke brief van 1954.

De prijs van verzet was niet in geld uit te drukken, maar wel in risico's.

Predikanten die onderduikers huisvesten, riskeerden hun leven. De kerkelijke gemeente moest soms geld inzamelen voor de families van gearresteerde voorgangers. In sommige gevallen ging het om honderden guldens per maand, een groot bedrag in die tijd. Collaboratie kon daarentegen soms materiële voordelen brengen, zoals gratis kerkverwarming of bescherming tegen inkwartiering.

Er waren ook verschillen tussen de stromingen. De Gereformeerde Kerken waren vaak kritischer op de bezetter dan de Nederlandse Hervormde Kerk.

De Rooms-Katholieke Kerk was intern verdeeld: sommige bisschoppen spraken zich uit, anderen niet. Een model dat je zag, was de "stille steun": predikanten die niet openlijk protesteerden, maar wel individuele gelovigen hielpen. Dit was een grijs gebied tussen verzet en collaboratie.

Hoe herken je vandaag de sporen van deze geschiedenis?

Je ziet de sporen nog steeds in de Nederlandse kerkgebouwen, al veranderde het religieuze landschap ingrijpend door de snelle ontzuiling. Veel kerken hebben een gedenksteen voor predikanten die verzet boden.

In de Domkerk in Utrecht hangt een lijst met namen van slachtoffers. Ook in kleinere dorpen, zoals in Zeeland of Drenthe, vind je verhalen over dominees die onderduikers verborgen. Deze verhalen worden doorverteld tijdens herdenkingen.

Wil je zelf op onderzoek uit? Bezoek een kerk die een rol speelde in de oorlog, zoals de Westerkerk in Amsterdam of de Grote Kerk in Haarlem.

Vaak is er een folder of een gids beschikbaar voor een paar euro.

Sommige kerken bieden rondleidingen aan voor groepen, prijzen liggen rond €50-€100 per groep. Je kunt ook contact opnemen met de lokale historische vereniging, die vaak gratis materiaal heeft. Een praktische tip: vraag bij een kerk naar het "kerkelijk archief". Veel kerken bewaren notulen en brieven uit de oorlog.

Je mag die meestal inzien, soms tegen een kleine vergoeding voor kopieën (€0,10 per bladzijde). Zo krijg je een persoonlijk beeld van hoe het toen ging. Het is een manier om de geschiedenis echt te voelen, niet alleen te lezen.

Praktische tips voor wie meer wil weten

Begin met een bezoek aan een kerk in je eigen omgeving. Vraag naar verhalen over de oorlog.

Vaak weet een oudere gemeentelid meer dan een boek. Praat met mensen, dat maakt het echt.

Je hoeft geen expert te zijn; gewoon luisteren is genoeg. Lees een boek dat specifiek over Nederlandse kerk en oorlog gaat, zoals "De Kerk in de Oorlog" van een lokale historicus. Koop het bij een boekhandel voor ongeveer €20-€25. Of leen het bij de bibliotheek, dat is gratis.

Vermijd algemene boeken; kies voor iets dat over jouw regio gaat. Sluit aan bij een herdenking.

Op 4 mei zijn er in veel kerken speciale diensten. Je kunt gewoon binnenlopen, vaak gratis. Daar hoor je verhalen uit eerste hand.

Het is een warme, respectvolle manier om de geschiedenis te eren, die teruggaat tot de Tachtigjarige Oorlog als strijd om geloof en vrijheid. Zo blijft de rol van de kerk levend, voor jou en voor de volgende generatie.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Kerk, Politiek en Maatschappij
Ga naar overzicht →