De paasgebruiken in Ootmarsum: Het vlöggelen uitgelegd

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Lokale en Regionale Tradities · 2026-02-15 · 10 min leestijd

Wat is vlöggelen in Ootmarsum?

De betekenis van het woord

Stel je voor: een sfeervol Twents stadje, de lente hangt in de lucht en de kerkklokken luiden.

In Ootmarsum gebeurt er elk jaar iets bijzonders tijdens Pasen. Het heet vlöggelen. Het woord komt dialect en betekent zoiets als 'vleugelen' of 'fladderen'. Je zou het kunnen zien als een soort processie, maar dan heel anders.

Het is een ritueel waarbij de inwoners letterlijk de verbinding met elkaar en hun omgeving opzoeken. De naam past perfect bij de beweging die je ziet: een lint van mensen dat zich door de straten beweegt.

Het is een traditie die leeft. Als je in Ootmarsum bent tijdens de paasdagen, voel je de spanning al een beetje hangen.

Iedereen weet wat er gaat gebeuren. Het is niet zomaar een wandeling; het is een ritueel met een diepe betekenis voor de gemeenschap. Voor de locals is het net zo normaal als dat de zon opkomt, maar voor een bezoeker is het een prachtig schouwspel. Het hart van vlöggelen is de keten.

De deelnemers, de Poaskearls, vormen een lange rij. Ze grijpen elkaars handen vast, zo stevig als ze kunnen.

De hand-in-hand keten

Tussen hen in lopen de pastoor en de burgemeester. De keten mag onderweg nóóit verbroken worden. Dat is de hoofdregel.

Als er iemand uitvalt of de handen loslaten, moet de hele stoet stoppen totdat de verbinding hersteld is.

Het symboliseert de eenheid van het dorp, de kerk en de gemeenschap. Samen staan ze sterk. De beweging die ze maken is ritmisch.

Ze lopen niet zomaar door de straten. Ze slingeren door het stadje, soms wat sneller, soms langzamer.

De beweging lijkt op die van een slang of een vliegend dier. De armen worden soms opgeheven, waardoor de keten boven de hoofden van de lopers een boog vormt. Het is een fascinerend gezicht: al die mannen in het zwart, met hun witte boorden, die als één lichaam bewegen.

De route van vlöggelen is vastgelegd, maar zit vol symboliek. De tocht begint traditioneel bij het kerkhof.

De route door het stadje

De stoet beweegt zich door de historische straten van Ootmarsum. Ze lopen langs belangrijke punten in het dorp.

De route voert langs de Grote Kerk en de begraafplaats. Dit benadrukt de verbinding tussen leven en dood, tussen het heden en het verleden. De stoet maakt een ronde door de kern van het stadje. Het is een soort beschermende beweging rondom het dorp.

De route is ongeveer 1,5 tot 2 kilometer lang. De hele optocht duurt ongeveer drie kwartier tot een uur.

De timing is strikt. De stoet vertrekt altijd op Eerste en Tweede Paasdag precies om 17:00 uur. Als je als toerist wilt meekijken, moet je dus op tijd zijn.

De beste plekken zijn rondom de kerk en in de smalle straatjes van de historische kern.

Daar komt de sfeer het best tot zijn recht.

De rol van de Poaskearls

Wie mogen Poaskearl worden?

De dragers van de traditie zijn de Poaskearls. Dit zijn acht mannen uit Ootmarsum.

Zij vormen de ruggengraat van het vlöggelen. Maar wie mag deze eervolle taak op zich nemen? De selectie is streng en traditioneel. Allereerst moet je een man zijn.

Vrouwen doen niet mee aan het dragen van de keten. Ten tweede moet je ongetrouwd zijn.

De Poaskearls zijn vrijgezelle mannen, een status die vroeger symbool stond voor een bepaalde onafhankelijkheid en toewijding.

Daarnaast moet je geboren zijn in Ootmarsum of er langere tijd gewoond hebben. Het is een club voor echte dorpsgenoten. De selectie gebeurt op basis van traditie en doorgeven van vader op zoon, hoewel het geen formele erfopvolging is.

De groep bestaat altijd uit acht personen. Dit getal is niet toevallig.

Kledingvoorschriften

In de christelijke traditie heeft het getal acht betekenis: het staat voor de nieuwe dag, de dag na de zeven scheppingsdagen. Het symboliseert de opstanding. De uitstraling van de Poaskearls is zeer sober en formeel.

Ze dragen allen hetzelfde. De kleding bestaat uit een zwarte of donkere broek, een wit overhemd en een zwarte jas.

Ze dragen een hoge hoed. Dat maakt het beeld heel sterk en uniform.

De hoge hoed geeft ze een bijna formele, bijna ambtelijke uitstraling. Ze dragen ook handschoenen, meestal witte.

Dit draagt bij aan de plechtigheid van de gebeurtenis. De pastoor en de burgemeester lopen tussen de Poaskearls in. Zij dragen ook formele kleding, maar de pastoor uiteraard in zijn priesterkleed. De eenheid in kleding benadrukt dat de Poaskearls niet als individu optreden, maar als een collectief.

Ze zijn de dragers van de traditie, de vertegenwoordigers van de gemeenschap. De kleding is functioneel en symbolisch tegelijk: geen franje, alleen het essentiële.

Taken tijdens Pasen

De taken van de Poaskearls beperken zich niet tot het lopen van de route.

Hun werk begint al veel eerder. Op Eerste Paasdag, voordat het vlöggelen begint, moeten ze het paasvuur opbouwen. Ze verzamelen het hout op de aangewezen plek, meestal vlak buiten de bebouwde kom.

Dit is zwaar werk. Ze sjouwen met boomstammen en takkenbossen.

Het is een soort mannenwerk, een bezigheid die de groep bij elkaar brengt. Daarnaast begeleiden ze de bijzondere processie op de hei. Zij zorgen dat de keten gesloten blijft.

Ze lopen voorop, bepalen het tempo en zorgen voor de orde. Tijdens het zingen van de paasliederen staan ze centraal.

Ze zetten de melodie in en houden de tekst bij de hand. Kortom, de Poaskearls zijn degenen die het evenement dragen, zowel fysiek als organisatorisch. Zonder hen is er geen vlöggelen.

Het zingen van de paasliederen

Christus is opgestanden

Zingen is een essentieel onderdeel van vlöggelen. De liederen klinken luidkeels terwijl de stoet zich voortbeweegt.

Het meest bekende lied is 'Christus is opgestanden'. Dit is een vrolijk en krachtig lied dat de vreugde over de opstanding uitdraagt.

De tekst is eenvoudig en direct. De melodie is makkelijk te onthouden en wordt door de hele groep (en soms de omstanders) gezongen. Het lied zorgt voor een feestelijke sfeer te midden van de plechtige wandeling. De manier van zingen is typisch Twents.

Vol overgave en niet altijd even zuiver, maar met veel gevoel. Het is geen concert, het is een gebed en een viering ineen.

Al is onzen Roemond dood

De klanken galmen door de straten van Ootmarsum. De combinatie van de zingende menigte, de stapsgewijze beweging en de omgeving zorgt voor een magische sfeer. Een ander belangrijk lied dat gezongen wordt is 'Al is onzen Roemond dood'.

Dit lied heeft een andere lading. Het is een lied dat gaat over verdriet en verlies, maar vooral over hoop en vertrouwen.

De tekst verwijst naar de dood en de opstanding. Het is een lied dat de verbinding legt tussen het aardse leven en het hemelse hiernamaals.

Voor de inwoners van Ootmarsum heeft dit lied een extra lading, gezien de historische banden met de plaatsnaam en de heilige. Het zingen van dit lied gebeurt meestal op de begraafplaats of vlak daarna. Het is een moment van bezinning.

De Poaskearls zingen het met ingetogenheid. Het contrast met het vrolijke 'Christus is opgestanden' maakt de dienst compleet.

De melodie en traditie

Het laat de volledige cyclus van Pasen zien: van verdriet naar vreugde.

De melodieën zijn traditioneel en worden al eeuwenlang doorgegeven. Ze staan niet op een blad, ze zitten in het collectieve geheugen van het dorp.

De liederen worden a capella gezongen, zonder begeleiding van instrumenten. De kracht van het gezang ligt in de eenvoud. De ritmiek van de zang past precies bij het geluid van de voetstappen op de klinkers. Het is een hartslag voor het dorp.

De traditie van het zingen is net zo heilig als het lopen van de route.

Als de Poaskearls zingen, weet iedereen dat het goed is. De liederen geven het ritme aan de wandeling. Ze markeren de verschillende fasen van de tocht.

Zonder de liederen zou vlöggelen slechts een wandeling zijn. Met de liederen is het een levend ritueel dat de ziel van Ootmarsum raakt.

Het paasvuur en andere rituelen

Hout sprokkelen

Een van de meest zichtbare onderdelen van de paasviering in Ootmarsum is het paasvuur, dat net als eeuwenoude religieuze tradities een diepe historische betekenis kent.

De voorbereidingen hiervoor beginnen al weken van tevoren. De Poaskearls zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van het hout.

Ze gaan het bos in om takken en boomstammen te zoeken. Vroeger was dit letterlijk 'sprokkelen', nu is het meestal grof afval dat mag worden verbrand. Ze bouwen een enorme stapel, een pyramide van hout. De stapel wordt opgebouwd op een veld net buiten het centrum, vaak bij de sportvelden of aan de rand van de bebouwde kom.

De grootte van de stapel is imposant. Hij kan wel vier tot vijf meter hoog zijn.

Het aansteken van het vuur

De mannen sjouwen en stapelen tot het een stevig bouwwerk is. Het is een sociale bezigheid, waarbij de mannen onderling contact hebben en de traditie in ere houden. Na het vlöggelen, rond 20:30 uur op Eerste Paasdag, begint het volgende spektakel.

De Poaskearls, vaak geholpen door andere dorpsgenoten, steken het paasvuur aan. Dit gebeurt met een speciale, ouderwetse fakkel.

De aansteking is een ceremonieel moment. De vlam wordt aangereikt en langzaam begint de enorme stapel hout te branden.

De vlammen worden al snel enorm. Het vuur verlicht de donkere paasnacht. De geur van brandend hout en rook verspreidt zich over het veld.

De hitte is voelbaar op tientallen meters afstand. Het is een prachtig schouwspel dat een oeroud gevoel oproept.

De rondgang om het vuur

De gemeenschap verzamelt zich rondom het vuur om te kijken en te verblijven.

Als het vuur op zijn hoogst is, gebeurt er iets bijzonders. De Poaskearls (soms met de pastoor) lopen een of meerdere keren met een brandende tak rond het vuur.

Dit is een ritueel dat teruggaat op heidense wortels. Het vuur zuivert en beschermt. De rondgang is een soort zegening van het vuur en van het dorp. Het symboliseert de cyclus van het leven: de zon die terugkeert na de winter.

Het publiek staat eromheen, soms met een biertje of een warme consumptie.

De sfeer is gemoedelijk. Na de rondgang mag iedereen dichterbij komen. Kinderen roosteren marshmallows of broodjes boven de smeulende resten.

Het vuur brandt door tot in de late uurtjes. Het is het einde van een intense paasdag.

De oorsprong en het behoud van de traditie

Germaanse wortels versus christelijke invulling

Waar komt vlöggelen eigenlijk vandaan? De wortels liggen diep in de geschiedenis.

Veel elementen zijn oorspronkelijk Germaans. Het vuur is een symbool van de zonnewende, de terugkeer van het licht na de donkere wintermaanden. Het 'verjagen' van boze geesten door rook en vuur is een oud bijgeloof. De keten die het dorp omsluit, lijkt op een beschermingsritueel uit de tijd dat de grenzen van het dorp heilig waren.

Later is de kerk hierover heen gewaaid. De katholieke kerk heeft de traditie gekerstend.

De datum werd verschoven naar Pasen. De liederen werden christelijke liederen.

Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed

De processie kreeg een religieuze betekenis. Het is een typisch voorbeeld van syncretisme: het versmelten van twee geloofssystemen tot één nieuw, uniek ritueel. Het is een mix van oud en nieuw geloof.

Omdat de traditie zo uniek is en zo diep geworteld in de lokale cultuur, is er aandacht voor het behoud ervan. Sinds 2015 staat het paasgebruik van Ootmarsum op de Nationale Inventaris van het Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland.

Dit is een erkenning van de Ministerie van OCW. Het betekent dat de traditie officieel wordt beschermd en gestimuleerd. Het is een soort UNESCO-status, maar dan op nationaal niveau.

Deze erkenning helpt om kennis over te dragen aan nieuwe generaties. Het zorgt ervoor dat de Poaskearls de ruimte en waardering krijgen die ze verdienen.

Toerisme en de toekomst

Het is een stukje cultureel erfgoed dat levend gehouden moet worden. Zonder deze erkenning zou de traditie misschien verdwijnen door de druk van de moderne tijd.

De traditie trekt steeds meer belangstelling van buitenaf. Toeristen weten Ootmarsum te vinden tijdens de paasdagen.

Dat is mooi, maar het brengt ook uitdagingen met zich mee. De Poaskearls en de organisatie proberen een balans te vinden. Enerzijds willen ze de traditie delen en uitdragen. Anderzijds willen ze de rust en de heiligheid van het ritueel bewaren.

Het mag geen show worden. De toekomst lijkt veilig gesteld zolang de jonge mannen uit Ootmarsum de handschoen op willen pakken.

De traditie is sterk genoeg om toeristen te ontvangen, mits zij de regels respecteren.

De gemeente ondersteunt waar mogelijk. Het paasvuur en het vlöggelen blijven de trots van Ootmarsum. Een prachtig stuk levende geschiedenis in Twente.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Lokale en Regionale Tradities
Ga naar overzicht →