De oprichting van de Vrije Universiteit: Een protestants bolwerk

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
De Reformatie en Religieuze Strijd · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: Amsterdam, eind 19e eeuw. Overal zie je nieuwe universiteiten opkomen, maar die zijn vaak heel anders dan wat sommige mensen nastreven.

Er is een groep die een eigen plek wil, een universiteit waar ze vrij kunnen denken, maar wel vanuit een specifieke basis. Dat is het verhaal van de Vrije Universiteit. Het is een plek die niet zomaar ontstond, maar met een duidelijke missie en een hoop strijd.

Wat is de Vrije Universiteit eigenlijk?

De Vrije Universiteit (VU) werd opgericht in 1880. Het was een antwoord op de bestaande universiteiten, die volgens de oprichters te veel onder de invloed stonden van de overheid en de Nederlandse Hervormde Kerk. Zij wilden een universiteit die volledig vrij was: vrij van overheidsbemoeienis en vrij van de gevestigde kerkorde.

De naam 'Vrije Universiteit' verwijst dan ook direct naar deze twee vrijheden.

De drijvende kracht achter de oprichting was Abraham Kuyper. Hij was een vooraanstaand theoloog, politicus en journalist.

Kuyper geloofde dat het geloof en de wetenschap niet los van elkaar stonden. Integendeel: hij vond dat elke wetenschappelijke discipline vanuit een christelijk perspectief benaderd moest worden. Dit idee noemde hij de 'soevereiniteit in eigen kring'.

De universiteit moest een plek zijn waar studenten en docenten samen konden zoeken naar kennis, gestuurd door hun geloofsovertuiging.

De universiteit had dus een duidelijk protestants karakter, maar dan anders dan de gevestigde orde. Het was een bolwerk voor mensen die zich niet thuis voelden in de bestaande kerkelijke structuur. Het was een plek voor hen die wilden nadenken over maatschappij, wetenschap en geloof, zonder dat de overheid of een kerk hen daarin beperkte. Dit maakte de VU uniek in haar tijd.

Waarom was deze oprichting zo belangrijk?

De oprichting van de VU was een statement. Het was een daad van verzet tegen de gevestigde orde.

In de 19e eeuw was de invloed van de overheid en de Nederlandse Hervormde Kerk groot op het hoger onderwijs. Veel mensen voelden zich daardoor beperkt in hun vrijheid van denken en geloven. De VU bood een alternatief.

Het was ook belangrijk voor de emancipatie van de orthodox-protestantse bevolkingsgroep. Zij kregen eindelijk een eigen plek waar hun geloof centraal stond in het onderwijs.

Dit versterkte hun positie in de maatschappij. De universiteit werd een broedplaats voor nieuwe ideeën over politiek, opvoeding en samenleving, allemaal vanuit een christelijke basis.

Bovendien zette de VU een nieuwe standaard voor de relatie tussen geloof en wetenschap. Het toonde aan dat het mogelijk was om serieus wetenschappelijk onderzoek te doen zonder af te doen van je geloofsovertuiging. Dit idee is tot op de dag van vandaag een kernwaarde van de universiteit, ook al is de instelling intussen diverser geworden.

Hoe werkte de universiteit in de praktijk?

De start was allesbehalve rooskleurig. De VU begon in een klein huurpand aan de Keizersgracht in Amsterdam.

Er was weinig geld en de universiteit had geen officiële erkenning. Studenten konden aanvankelijk geen wettig diploma behalen.

Ze moesten hun examens afleggen bij andere universiteiten, zoals in Utrecht of Leiden. Ondanks deze beperkingen groeide de universiteit gestaag. Abraham Kuyper was de eerste hoogleraar en hij trok andere vooraanstaande geleerden aan.

De faculteiten waren beperkt: theologie, rechten en letteren waren de eerste. Later kwamen daar natuurwetenschappen en economie bij. Het onderwijs was klein en persoonlijk. Studenten kenden elkaar en de docenten.

De financiering was een constante uitdaging. De universiteit werd gesteund door particuliere bijdragen, vooral vanuit de orthodox-protestantse gemeenschap.

Er werden fondsen geworven, loterijen georganiseerd en giften gevraagd. Dit maakte de VU tot een universiteit van en voor de mensen, een echte volksuniversiteit in de beginjaren. De strijd tegen de paapse stoutigheden was groot, maar de wil om te slagen was groter.

Welke varianten en modellen waren er?

De Vrije Universiteit was het eerste en meest uitgesproken model van een 'vrije' universiteit in Nederland. Het was een model gebaseerd op de Calvinistische theologie.

Dit betekende dat alle wetenschappelijke disciplines werden benaderd vanuit een christelijke wereldbeschouwing. Het was een coherent en gesloten systeem. Er waren echter ook andere ideeën in die tijd.

Sommige groepen wilden een universiteit die weliswaar christelijk was, maar minder strikt verbonden aan één specifieke theologische richting.

Anderen dachten aan een universiteit die volledig seculier was, maar wel particulier. De VU koos resoluut voor het eerste model. Dit zorgde voor een duidelijke identiteit, maar beperkte ook de groei naar andere groepen toe. Wat de kosten betreft, voor de studenten was het in de beginjaren vooral een kwestie van collegegeld betalen, net als aan andere universiteiten.

Het collegegeld lag rond de 200 gulden per jaar, wat voor die tijd een behoorlijk bedrag was. De achterban van de universiteit was mede gevormd door de Afscheiding van 1834, maar de echte kosten zaten in de bouw en exploitatie van de universiteit.

De eerste eigen vestiging aan de De Lairessestraat, die in 1905 in gebruik werd genomen, kostte handenvol geld, geschat op enkele tonnen guldens. Dit werd allemaal bijeengebracht door donateurs. Het model van de VU was dus uniek: een particuliere universiteit, gesteund door een geloofsgemeenschap, met een duidelijke theologische grondslag.

Dit model was inspirerend voor later opgerichte confessionele instellingen, hoewel die vaak minder strikt waren.

De VU bleef decennialang een bastion van orthodox-protestantse wetenschap.

Praktische tips voor wie meer wil weten

Wil je de geschiedenis van de VU zelf ervaren? Bezoek dan het VU-terrein in Amsterdam. De oude gebouwen, zoals het hoofdgebouw aan de De Boelelaan, ademen nog steeds een stukje van die historie.

Het is een prachtige wandeling door de tijd. Verdiep je ook eens in de Doleantie van 1886 en de werken van Abraham Kuyper.

Zijn boeken, zoals 'Soevereiniteit in eigen kring', geven een perfect beeld van de ideologie achter de universiteit. Ze zijn soms wel wat zwaar, maar ze zijn essentieel om de beginjaren te begrijpen.

Je vindt ze in elke goede bibliotheek of boekhandel. Bezoek het Theologisch Museum in Amsterdam. Het is gevestigd in het voormalige woonhuis van Kuyper en geeft een inkijkje in het leven en werk van de man achter de VU.

Het is een kleine, maar zeer interessante plek. De toegangsprijs is meestal rond de €5,-.

En tot slot: praat erover met mensen die de universiteit hebben meegemaakt. Veel oud-studenten en medewerkers hebben mooie verhalen over de 'VU-cultuur'. Het is een plek met een sterke gemeenschapszin, die teruggaat tot de oprichting. Die persoonlijke verhalen maken de geschiedenis pas echt levendig.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.