De opkomst van de migrantenkerken in de grote steden

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Kerk, Politiek en Maatschappij · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Je loopt door de Indische Buurt in Amsterdam of door Delfshaven in Rotterdam en ineens hoor je het: een gospelkoor dat door de straten klinkt of een groep mensen die vrolijk een kerkgebouw binnenstapt met een Afrikaans tintje.

In de grote steden van Nederland zie je ze steeds meer: migrantenkerken. Ze zitten niet alleen in de grote katholieke of protestantse gebouwen, maar ook in oude scholen, fabriekshallen en zelfs in voormalige discotheken. Ze veranderen de manier waarop de stad gelooft, viert en samenleeft.

Wat zijn migrantenkerken eigenlijk?

Een migrantenkerk is een geloofsgemeente die is ontstaan door mensen die naar Nederland zijn gekomen uit andere landen. Ze komen samen in hun eigen taal, vaak met muziek die je niet in de traditionele Nederlandse kerk hoort.

Denk aan Pools, Twi, Spaans, Farsi of Tigrinya. Ze hebben hun eigen rituelen, liederen en manieren van vieren meegenomen uit hun herkomstland. Veel van deze kerken horen bij een wereldwijde beweging.

Een bekend voorbeeld is de Redeemed Christian Church of God (RCCG), een Nigeriaanse pinkstergemeente die inmiddels tientallen gemeenten in Nederland heeft.

Andere zijn kleinere, zelfstandige gemeenten die zijn opgericht door een dominee die hier kwam werken of studeren. Ze verschillen in grootte: van twintig mensen in een huiskamer tot groepen van driehonderd die een oud kerkgebouw huren. Wat ze gemeen hebben is dat ze een thuis bieden.

Voor veel nieuwkomers is een migrantenkerk de eerste plek waar ze echt aansluiting vinden. Niet alleen voor gebed, maar ook voor praktische hulp, vriendschap en een netwerk. Dat maakt deze kerken anders dan de traditionele Nederlandse kerken, waar de taal en de cultuur soms een drempel opwerpen.

Waarom groeien deze kerken zo snel?

Het begint bij de taal. Een dienst in het Pools of Spaans voelt direct vertrouwd.

Je kunt je emoties kwijt, je bidt in je moedertaal en je zingt liederen die je kent vanuit je jeugd. Dat is krachtig. In een stad als Rotterdam wonen tienduizenden mensen die het Nederlands nog niet machtig zijn. Een migrantenkerk vult een gat dat de traditionele kerk laat liggen.

Daarnaast speelt de muziek een grote rol. Veel migrantenkerken gebruiken moderne gospel, Afrikaanse ritmes of Latijns-Amerikaanse klanken. Dat trekt jongeren.

In plaats van een stille psalm zit je ineens in een dienst met een band, dansende mensen en een energie die je voelt in je hele lijf. Voor veel jonge stadsbewoners voelt dat veel levendiger dan een traditionele kerkdienst. Er is ook een praktische reden. Veel migrantenkerken organiseren naast de dienst allerlei activiteiten: taallessen, hulp bij het invullen van formulieren, een kledingruil of een maaltijd voor mensen die het moeilijk hebben.

Zo worden ze een centrale plek in de wijk. Ze groeien niet alleen door geloof, maar ook door de sociale steun die ze bieden.

Hoe werkt zo’n kerk in de praktijk?

Veel migrantenkerken beginnen klein. Een groep vrienden komt bij elkaar in een huiskamer of een gehuurde ruimte.

De eerste paar jaar draaien ze op giften en contributie van de leden. Een plek huren in een buurthuis kost al snel €150-€250 per avond, dus veel gemeenten delen een ruimte of zoeken een vast gebouw. In Amsterdam-Zuid zie je bijvoorbeeld een Poolse kerk die een oude basisschool huurt voor €2.000 per maand.

De diensten zelf zijn vaak vrij informeel. Er is een voorganger, een band of een combo, en een groep vrijwilligers die koffie inschenkt en de stoelen schuift.

De dienst duurt gemiddeld anderhalf tot twee uur. Na afloop is er tijd om elkaar te spreken, soms met een eenvoudige maaltijd. In Rotterdam-Zuid zie je migrantenkerken die samenwerken met de lokale voedselbank en wekelijks een maaltijd aanbieden voor €2-€3 per persoon. Financieel draaien veel van deze kerken op kleine bedragen.

Een lidmaatschap is vaak €10-€25 per maand. Extra’s zoals een doop of een huwelijk worden soms apart berekend, bijvoorbeeld €50-€150 voor een doop in een zwembad of een speciale ceremonie.

Grote kerken met een eigen gebouw hebben hogere kosten: onderhoud, verzekering en energie kunnen oplopen tot €3.000-€5.000 per maand. Ze vullen dat aan met collectes, giften en soms een kleine subsidie voor maatschappelijke activiteiten. De structuur is vaak licht.

Veel migrantenkerken hebben een voorganger die parttime werkt en een team van vrijwilligers.

Er is geen uitgebreide bureaucratie. Beslissingen worden snel genomen. Dat maakt ze flexibel en wendbaar. In een stad als Utrecht zie je dat een migrantenkerk binnen een half jaar kan opschalen van twintig naar honderd leden, terwijl een traditionele kerk daar soms jaren over doet.

Varianten en modellen: wat zie je in Nederland?

Er zijn verschillende typen migrantenkerken in de grote steden. De meest zichtbare zijn de Afrikaanse pinkstergemeenten.

Denk aan de RCCG, die in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag gemeenten heeft met 200-500 leden.

Ze huren vaak oude kerkgebouwen of theaterzalen. De diensten zijn muzikaal en emotioneel, met veel aandacht voor gebed en genezing. Een andere groep zijn de Latijns-Amerikaanse kerken.

In steden als Amsterdam en Rotterdam vind je gemeenten uit Peru, Colombia en Ecuador. Ze zingen Spaanstalige liederen en combineren evangelisch geloof met een warme, familiecultuur. Veel van deze kerken zijn kleiner, met 50-150 leden. Ze huurden vaak een zaaltje in een wijkcentrum voor €200-€400 per dienst.

De Poolse kerken vormen een eigen categorie, maar ook buiten de traditionele kaders ontstaan nieuwe vormen van kerk-zijn. Ze zijn goed georganiseerd en vaak Rooms-Katholiek.

In Amsterdam-Zuid zit een Poolse parochie die een oud kerkgebouw huurt voor €2.500 per maand. De diensten zijn traditioneel, maar met Poolse liederen en een sterke nadruk op gemeenschap.

Veel Polen die hier al jaren wonen, blijven naar deze kerk gaan, ook als hun Nederlands al goed is. Er zijn ook Irakese, Syrische en Eritrese kerken. Die zie je vooral in steden met veel statushouders, zoals Rotterdam-Zuid en Utrecht-Oost.

Deze kerken werken vaak samen met maatschappelijke organisaties. Ze bieden naast erediensten ook taallessen en psychosociale hulp.

Een Eritrese kerk in Rotterdam huurt een oude schoollokaal voor €1.200 per maand en organiseert wekelijks een maaltijd voor €5 per persoon. Er zijn ook minder formele modellen. Sommige migrantenkerken ontstaan als ‘huiskamerkerk’ of ‘pop-up kerk’.

Ze komen bij elkaar in een huiskamer of een gehuurde ruimte voor een paar uur. De kosten zijn laag: €50-€100 per bijeenkomst.

Ze groeien vaak organisch via-via. In Amsterdam-Noord zie je jonge, gemengde gemeenten die zelfs een eigen podcast starten om mensen te bereiken.

Praktische tips voor wie betrokken wil raken

Ben je nieuwsgierig naar een migrantenkerk in jouw stad? Begin dan met een online zoektocht. Veel gemeenten hebben een Facebookpagina of een Instagram-account waar ze hun diensten aankondigen.

Zoek op ‘Ghanaian church Amsterdam’ of ‘Poolse kerk Rotterdam’. Vaak staat er een adres en een tijd.

Je kunt gewoon binnenlopen, meestal ben je welkom zonder dat je je hoeft aan te melden. Neem iemand mee.

Het voelt soms spannend om alleen binnen te stappen, maar met een vriend of buurvrouw is het makkelijker. Kies een dienst op een zondagochtend of -avond, dat is meestal de hoofddienst. Trek comfortabele kleding aan.

Sommige kerken verwachten nette kleding, andere zijn heel casual. Vraag vooraf even na wat de verwachtingen zijn.

Denk aan een kleine bijdrage. Veel migrantenkerken werken met een collecte of een ‘offering’. Een bedrag van €5-€10 is gebruikelijk, maar niets moet. Als je wilt helpen, kun je je aanmelden als vrijwilliger.

Vaak zoeken ze mensen voor de kinderopvang, de koffie of het opzetten van de stoelen. Zo bouw je snel een netwerk op.

Respecteer de cultuur en verdiep je in de oecumenische samenwerking tussen kerken. Luister naar de taal, de muziek en de gebruiken.

Stel vragen als je iets niet begrijpt, maar doe het op een respectvolle manier. Veel migrantenkerken zijn trots op hun traditie en delen die graag. Probeer daarnaast de verbinding te maken met je eigen wijk.

Vraag of je mag helpen bij een buurtactiviteit of een samenwerking mag starten met een lokale organisatie. Sluit je aan bij een bestaand netwerk. In steden als Rotterdam en Amsterdam zijn er stichtingen die migrantenkerken ondersteunen, zoals Kerk en Werkt en Stichting Kerk en Buurt.

Zij organiseren trainingen en ontmoetingsdagen. Daar leer je andere voorgangers en vrijwilligers kennen en kun je ideeën uitwisselen.

Zo bouw je mee aan een sterke, diverse kerk en geef je vorm aan de toekomst van de kerk in Nederland.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Kerk, Politiek en Maatschappij
Ga naar overzicht →