De ontzuiling: Waarom de kerken leegstroomden in de jaren '60

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Kerk, Politiek en Maatschappij · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je kent het wel: vroeger was elke zondagochtend hetzelfde ritueel. Mannen in pak, vrouwen in jurk met hoed, kinderen schoon en stil. De kerkbanken zaten vol.

Maar in de jaren zestig veranderde dat radicaal. De kerken stroomden leeg. Waarom gebeurde dat?

Het antwoord heet ontzuiling. Het was een scharniermoment in de Nederlandse geschiedenis, een tijd waarin de harde scheidslijnen tussen katholiek, protestant en socialist langzaam vervaagden. Dit is het verhaal van die ommezwaai.

Wat was ontzuiling eigenlijk?

Stel je voor dat Nederland in de eerste helft van de twintigste eeuw was opgebouwd als een bouwpakket met vier stevige zuilen. Je had de katholieke zuil, de protestantse zuil, de socialistische zuil en de liberale zuil.

Binnen zo’n zuil leefde je van wieg tot graf. Je ging naar een katholieke school, las een katholiek krantje, werkte bij een katholieke vakbond en trouwde met een katholiek meisje.

De kerk was het hart van die wereld. Ontzuiling betekende dat dit systeem langzaam uiteenviel. Mensen gingen steeds minder denken in termen van ‘ons’ en ‘zij’.

Ze maakten vaker hun eigen keuzes, los van wat de dominee of de pastoor voorschreef. Het was een proces van emancipatie, maar ook van onthechting.

De kerk verloor haar centrale rol in het dagelijks leven. Het begrip ‘ontzuiling’ is typisch Nederlands. In andere landen sprak men over secularisatie, maar hier ging het om het afbreken van een heel maatschappelijk systeem. Het was niet alleen een kerkelijk verschijnsel; het raakte ook de politiek, de verenigingen en de omgangsvormen. De ontzuiling begon al wat eerder, maar kreeg in de jaren zestig een ongekende vaart.

Waarom was de kerk zo leeg in de jaren zestig?

De jaren zestig waren een roerige tijd. De Tweede Wereldoorlog lag nog vers in het geheugen, maar de oorlog had ook oude zekerheden aangetast.

Veel mensen zochten naar nieuwe normen en waarden. Tegelijkertijd kwam de welvaart op gang. Mensen kregen meer te besteden, gingen op vakantie en ontdekten andere werelden.

De kerk paste niet meer bij die nieuwe, moderne levensstijl. Een belangrijke oorzaak was de opkomst van de televisie.

In de jaren zestig had bijna elk Nederlands huishouden een tv-toestel. Zondagochtend werd niet langer gereserveerd voor de kerkdienst, maar voor het kijken naar programma’s als De Fabeltjeskrant of Paultje en de Kneu.

De kerk moest concurreren met entertainment. Ook de emancipatie van vrouwen speelde een rol. Steeds meer vrouwen gingen werken of studeerden. Zij wilden niet langer alleen maar moeder en huisvrouw zijn.

De kerk leerde hen een traditionele rol, die niet langer paste bij hun ambities. Veel vrouwen verlieten de kerkbanken en zochten hun eigen weg.

Daarnaast was er de invloed van de Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). De katholieke kerk moderniseerde. Latijn werd Nederlands, en de mis werd toegankelijker.

Maar voor sommige gelovigen ging die verandering te snel. Ze voelden zich ontheemd en verlieten de kerk.

Anderen vonden de hervormingen juist niet ver genoeg gaan.

Hoe werkte de ontzuiling in de praktijk?

De ontzuiling was geen plotseling gebeuren, maar een geleidelijk proces. In de jaren zestig zagen we een duidelijke daling van het kerkbezoek.

Waar in de jaren vijftig nog zo’n 70 procent van de Nederlanders regelmatig naar de kerk ging, was dat in de jaren zeventig gedaald naar ongeveer 40 procent. Deze cijfers laten zien hoe snel de verandering ging. Een praktisch voorbeeld is de zondagsrust.

Vroeger was op zondag alles gesloten. Geen winkels, geen sport, geen openbaar vervoer.

In de jaren zestig begon dat te veranderen. De eerste supermarkten openden op zondag, en sportverenigingen organiseerden wedstrijden. De kerk verloor haar greep op de zondag.

Ook in de politiek zagen we de ontzuiling. De confessionele partijen, zoals de KVP en de ARP, verloren stemmen.

Mensen stemden steeds vaker op seculiere partijen. In 1977 ontstond door de fusie van drie partijen het CDA, een teken dat de oude zuilen hun beste tijd hadden gehad.

In het dagelijks leven verdwenen de zuilgebonden verenigingen. Vroeger had je katholieke sportclubs, protestantse scoutinggroepen en socialistische zangkoren. In de jaren zestig ontstonden er gemengde verenigingen. Mensen zochten elkaar op basis van interesses, niet op basis van geloof, wat het einde markeerde van de verzuiling in Nederland.

Wat zijn de gevolgen van de ontzuiling?

De ontzuiling had verstrekkende gevolgen voor de Nederlandse samenleving. Een belangrijk gevolg was de toename van individualisering.

Mensen gingen meer hun eigen keuzes maken, los van de groep. Dit leidde tot een grotere vrijheid, maar ook tot eenzaamheid. De kerk bood vroeger een gemeenschap, en die gemeenschap viel voor veel mensen weg.

Een ander gevolg was de verandering van het straatbeeld. Kerken raakten leeg en werden soms gesloopt of verbouwd.

In Amsterdam bijvoorbeeld werd de Zuiderkerk omgebouwd tot bezoekerscentrum. In andere steden kregen kerken een functie als concertzaal of museum. De kerkgebouwen bleven staan, maar hun inhoud veranderde.

De ontzuiling had ook effect op het onderwijs, mede door de invloed van de bisschoppelijke brief van 1954. Vroeger waren scholen confessioneel of openbaar.

In de jaren zestig ontstonden er neutrale scholen. Ouders konden kiezen voor een school die paste bij hun levensbeschouwing, maar steeds minder kozen voor een school die gebonden was aan een kerk.

Tot slot veranderde de omgang met religie. Geloof werd een privé-aangelegenheid. In plaats van een collectieve beleving, werd het een persoonlijke zoektocht. Dit leidde tot nieuwe vormen van spiritualiteit, zoals yoga en mindfulness, die buiten de kerkelijke structuren om ontstonden.

Hoe kunnen we de ontzuiling vandaag begrijpen?

De ontzuiling is vandaag de dag nog steeds zichtbaar. De meeste kerken zijn leeg, en de kerkelijke gemeenten zijn kleiner dan ooit.

Toch is er ook een tegenbeweging. Sommige mensen zoeken weer troost in religie, vooral in tijden van crisis of persoonlijke nood. De kerk is niet verdwenen, maar heeft een andere plek gekregen in de samenleving.

Om de ontzuiling te begrijpen, is het goed om te kijken naar de geschiedenis. De jaren zestig waren een tijd van verandering, maar die verandering had wortels in de oorlog en de wederopbouw.

Het was een proces van loslaten en opnieuw beginnen. Voor veel Nederlanders was dat bevrijdend, voor anderen pijnlijk.

Wil je zelf de sfeer proeven van de ontzuiling? Bezoek dan een museum over de Nederlandse geschiedenis, zoals het Zuiderzee Museum in Enkhuizen. Daar zie je hoe het leven vroeger was, met de kerk als middelpunt. Of luister naar muziek uit de jaren zestig, zoals de liedjes van Boudewijn de Groot.

Zijn nummer Als je oud bent (1974) geeft mooi weer hoe de tijd veranderde. Praktische tips: als je geïnteresseerd bent in de ontzuiling, lees dan boeken van historici als James Kennedy of Luuc Kooijmans.

Zij beschrijven de periode helder en toegankelijk. Bezoek ook eens een kerkdienst in een progressieve gemeente, om te zien hoe religie vandaag wordt beleefd. Zo ervaar je zelf hoe de kerk een plek heeft gevonden in de moderne tijd.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Kerk, Politiek en Maatschappij
Ga naar overzicht →