De hel in de christelijke traditie: Van vuurpoel tot afwezigheid van God

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Bijbelverhalen en Christelijke Dogmatiek · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je bent in de Grote Kerk van Dordrecht. Buiten waait de wind, binnen is het stil.

Op een van de indrukwekkende zerken lees je een waarschuwing. Iemand die hier begraven ligt, vreesde de hel. Een plek van vuur en rook. Of was het iets anders?

De hel is een van de meest besproken, en meest gevreesde, concepten in de christelijke traditie. Het beeld is door de eeuwen heen veranderd.

Van een brandende krater tot een diepe, kille eenzaamheid. Waarom is dat zo?

En wat betekent dat voor ons nu? Dit is een gids door de geschiedenis van de hel, verteld alsof we erover praten aan de keukentafel.

Wat is de hel eigenlijk?

In de basis is de hel in de christelijke traditie de plek waar je bent gescheiden van God. Punt uit.

De rest zijn details die door de tijd heen zijn toegevoegd. In de Bijbel vind je verschillende woorden voor het concept. Het Hebreeuwse 'Sheol' en het Griekse 'Hades' betekenden oorspronkelijk gewoon het graf of het dodenrijk. Een schemerachtige plek waar iedereen heengaat, goed of slecht.

Later komt het beeld van 'Gehenna' op. Dat was een letterlijke vuilnisbelt buiten Jeruzalem, waar altijd vuur brandde om het afval te verbranden.

Dit werd het krachtigste beeld voor de hel: een plek van verderf en vuur.

Maar er is een derde woord: 'Gehenna'. Dit was een echte plek, een vallei bij Jeruzalem. In de Bijbel (Jesaja 66) wordt dit beschreven als een plek waar 'hun worm niet sterft en hun vuur niet dooft'.

Vroeger werd daar het afval verbrand. Een plek van rook, stank en verderf.

Jezus gebruikt dit beeld om de ernst van de keuze voor God te benadrukken. Het is een beeld dat direct in je systeem zit. Niemand wilde daar zijn. Het was de vuilnisbelt van de wereld.

De hel in de Bijbel: van beeld tot leer

De Bijbel geeft geen duidelijke, systematische beschrijving van de hel. Het is vooral poëzie en beeldspraak.

Jezus vertelt over de 'buitenste duisternis' waar geween en knarsetanden is (Mattheüs 25). Paulus spreekt over een 'eeuwige verderfeling' weg van het aangezicht van de Heer (2 Thessalonicenzen 1). Het gaat altijd om twee dingen: pijn (fysiek of mentaal) en scheiding.

De hel is de consequentie van een leven dat bewust 'nee' zegt tegen de schepper.

Het is niet een wraakzuchtige God die mensen martelt, maar de logische uitkomst van een keuze om bij Hem vandaan te blijven. De vroege kerkvaders dachten hierover na. Augustinus, een invloedrijke theoloog uit Noord-Afrika (4e eeuw), was degene die de ideeën over de hel echt vormgaf in de Westerse kerk. Hij nam de beelden uit de Bijbel heel letterlijk.

Voor hem was de hel een plek van fysieke brandende pijn, maar vooral een pijn van het gemis van God. Hij dacht dat God de hel had geschapen als een rechtvaardige straf voor zonde.

Deze ideeën werden later de basis voor de middeleeuwse kerk, met een heel eigen theologie en kunst daarover. Zoals de schilderijen van 'Laatste Oordeel' in kerken, waar je de hel duidelijk ziet.

Het middeleeuwse beeld: vagevuur en eeuwige pijn

In de middeleeuwen werd de hel een echt systeem. Theologen zoals Thomas van Aquino dachten er rationeel over na.

De hel kreeg een eigen 'hiërarchie' van straffen. Zoals de zeven hoofdzonden, elk met een eigen plek in de hel. De hel was een plek van eeuwige, onophoudelijke pijn.

Een plek van vuur dat niet verbrandde, maar pijn deed. Van kou die door merg en been ging. En van duisternis.

Tegelijkertijd ontstond het idee van het vagevuur. Een tussentijdse plek voor mensen die wel gered waren, maar nog 'onvolmaakt' waren.

Ze konden door gebed en geld van nabestaanden sneller naar de hemel. Dit was een belangrijk onderdeel van de kerkelijke praktijk. Het gaf hoop en controle. Je kon nog iets doen voor je dode oom of tante.

De kunstenaar Hieronymus Bosch (rond 1500) maakte deze hel tastbaar. Zijn 'De Tuin der Lusten' toont een hel die een chaos is van gemene, bizarre straffen.

Mensen worden vastgehouden in muziekinstrumenten of opgegeten door vogels. Het is niet zomaar een brandende plek; het is een plek van absurde wreedheid. Dit beeld van de hel zat diep in de cultuur.

Op schilderijen in kerken, in preken, in verhalen. Het was een waarschuwing.

Als je de kerk en haar regels niet volgde, kon dit je wachten. De angst voor de hel was reëel en hield mensen klein. In Nederland kregen deze ideeën over hemel en hel extra gewicht door de Reformatie.

Een specifieke Nederlandse invalshoek

Calvijn, de invloedrijke theoloog uit Genève, had een streng idee van uitverkorenheid.

God beslist wie gered wordt en wie niet. De hel was voor hem de plek voor mensen die niet uitverkoren waren. Het was de plek die God rechtvaardig maakte.

In de Nederlandse schilderkunst van de Gouden Eeuw zie je dit soms subtiel terug. Een schilderij als 'Het Laatste Oordeel' van Jan van Dijk (1615) toont een indrukwekkende hemel en hel.

De hel is een donkere, chaotische plek. Veel Nederlanders gingen naar de gereformeerde kerk en hoorden hier over.

Het was geen verhaal van vermaak, maar van dood en verdoemenis.

De moderne hel: van vuurpoel tot afwezigheid van God

Hoe denken we nu over de hel? De beelden van fysieke marteling en eeuwige verbranding zijn voor veel moderne christenen niet meer houdbaar.

Ze passen niet bij een liefdevolle God. Daarom is er een verschuiving naar een ander model.

De hel wordt niet meer gezien als een plek met brandend zwavel, maar als de afwezigheid van God. Een plek van ultieme eenzaamheid. Het beeld van 'buitenste duisternis' wordt hier letterlijk genomen: het is de plek waar God niet is. Zijn aanwezigheid is warmte, licht en vreugde.

Zijn afwezigheid is kou, duisternis en leegte. Mensen die God niet wilden, krijgen wat ze wilden: een leven zonder Hem.

Alleen beseffen ze dan pas wat dat echt betekent. Een andere gedachte is de 'annihilatie'. Dat betekent dat de zondaar ophoudt te bestaan.

De Bijbel spreekt over 'de tweede dood' (Openbaring 20). Waarom zou God iemand eeuwig in leven houden om te laten lijden?

Het is een logische gedachte. De straf is de scheiding van God, en die scheiding leidt tot niet-bestaan.

Dit is geen populaire gedachte, maar het lost het probleem van de 'eeuwige pijn' op. Tegelijkertijd is er de 'restauratieve' gedachte: dat de hel pijnlijk is, maar bedoeld om te zuiveren. Een soort brandende liefde die je egoïsme wegbrandt, zodat je uiteindelijk toch gered wordt. Dit idee komt uit de Oosterse orthodoxe traditie en wint ook hier en daar aanhang.

Een gids voor nu: hoe hierover te denken

Wat moet je met al die beelden? Het is goed om te beseffen dat er geen eenduidig antwoord is over de katholieke leer over loutering.

De Bijbel zelf geeft niet één duidelijk plaatje. Het is een onderwerp dat theologen al 2000 jaar bezighoudt. De hel is vooral een concept dat de keuze benadrukt.

Hoe je leeft, heeft gevolgen. Je relatie met God is belangrijk.

De angst voor de hel mag niet de enige reden zijn om goed te doen, maar het is wel een wake-up call. Het maakt duidelijk dat er meer is dan dit leven. En dat de keuze die je nu maakt, ertoe doet.

Praktische tips om hierover na te denken

  • Lees de Bijbel zelf: Pak een Bijbel (bijvoorbeeld de 'NBV21' of 'Groot Nieuws Bijbel') en lees Mattheüs 25, Openbaring 20 en Lucas
Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.