De geschiedenis van de zondagsschool in Nederland

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
De Reformatie en Religieuze Strijd · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: een zondagmorgen in de jaren zestig. De kerkklokken hebben net geluid. Buiten hangt de geur van zure regen en nat asfalt, maar binnen in het lokaal van de Gereformeerde Kerk ruikt het naar stiften en oude Bijbels.

Jij zit op een klapstoeltje met een rood kaftje in je handen. De zondagsschool.

Het was zoveel meer dan alleen een uurtje Bijbelverhalen. Het was een sociale glijbaan, een moreel kompas en een stilte voor de storm van de jaren zestig. Het was de plek waar Nederland, op duizend kleine dorpen tegelijk, leerde wat het betekende om 'goed' te zijn.

Wat was dat eigenlijk, die zondagsschool?

Even simpel als doeltreffend: de zondagsschool was de wekelijkse catechesatie voor kinderen, vaak tussen de 4 en 12 jaar. Het was de voorloper van de huidige 'kindernevendienst' of 'club'. Meestal vond het plaats vlak vóór of ná de ochtenddienst, in een lokaal van de kerk of een aangrenzend gebouw.

De basis was simpel. Een groepje van 10 tot 15 kinderen zat bij elkaar, begeleid door een 'juffrouw' of 'meester' (vrijwilligers uiteraard).

Ze zongen een liedje (vaak uit het 'Liedboek voor de Kerken' of het 'Opwekkingsliedboek'), ze luisterden naar een Bijbelverhaal en ze kleurden een tekening. Dat was het. Tegelijkertijd was het ontzettend gestructureerd.

Er waren examens, er waren getuigschriften en er waren speciale 'zondagsschoolbijbels' die je kreeg als je een bepaalde leeftijd bereikte. De term 'school' was misleidend. Er werden geen reken- of taaloefeningen gemaakt.

Het ging over 'kennis van de Schrift'. In de orthodoxe kringen (zoals de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt) was het een verlengstuk van het geloof dat je thuis leerde.

Het was de plek waar je de catechismus (de Dordtse Leerregels) alvast een beetje in je opnam, zonder dat je het doorhad.

Waarom was het overal?

Je kunt de zondagsschool niet los zien van de emancipatie van de gewone man en vrouw in de 19e en 20e eeuw. In de 19e eeuw was onderwijs voor arme kinderen nog lang niet vanzelfsprekend.

De kerk sprong in het gat. De zondagsschool was in feite het eerste 'vrijetijdseducatie' systeem van Nederland, nauw verweven met de geschiedenis van de zending en evangelisatie vanuit ons land. Voor de Tweede Wereldoorlog zat 70% tot 80% van de Nederlandse kinderen op zondagsschool.

Het was een sociaal bindmiddel. In de grote steden, zoals Amsterdam of Rotterdam, gingen kinderen vanuit arme wijken naar de zondagsschool om daar warm te worden en een boterham met hagelslag te krijgen.

Op het platteland was het een manier om de gemeenschap bij elkaar te houden. Je leerde de kinderen van de buurman kennen, in een tijd dat er verder weinig gemeenschappelijke activiteiten waren voor jongeren. Het had ook een pragmatische kant. De dominees kregen het enorm druk na de oorlog.

De kerken liepen vol. Er was simpelweg geen tijd om ieder kind persoonlijk de fijne kneepjes van het geloof bij te brengen.

De zondagsschool nam deze taak over. Het systeem was gebaseerd op 'de trouw van het kind'. Als je regelmatig kwam, kreeg je een stempelkaart. Vol = een cadeautje (vaak een bijbel of een boekje).

Hoe werkte het in de praktijk? De kern van het systeem

De werking was gebaseerd op herhaling en beloning. Een typische les duurde ongeveer 45 tot 60 minuten.

  • De opening: Een lied, vaak drie coupletten. Geen gitaar, maar een harmonium of piano. De juf zat achter het instrument.
  • De vertelling: De leiding vertelde een Bijbelverhaal. Dit werd vaak gedaan met 'plaatjes' – grote prenten op stevig karton die je omhoog kon houden. Denk aan de plaatjes van de 'Vrije Evangelisatie' of de 'Gereformeerde Kerken'.
  • De verwerking: De kinderen kregen een velletje papier met een lijntjestekening. Ze moesten de kleurplaat inkleuren én er een zinnetje bij schrijven. Dit werd nagekeken.

De structuur was bijna overal hetzelfde, van Friesland tot Limburg. Er waren drie hoofdstromen met eigen methodes. De Gereformeerde Kerken (en later de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt) gebruikten het 'Kleuter- en Zondagsschoolwerk'.

Dit was streng en gestructureerd. De Rooms-Katholieke Kerk had de 'Kinderbijbel' en later de 'Kinderkerk'.

Dit was vaak iets meer 'belevingsgericht' met sterke verhalen over heiligen. De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en haar voorgangers (Hervormde Kerk) hadden vaak een mix van 'Zondagsschool' en 'Kindernevendienst'.

De beloning was essentieel. Kinderen spaarden voor een 'gouden boek'. Dit waren speciale kinderboeken die je niet in de winkel kreeg, alleen via de zondagsschool. Titels als 'De wolkensluier' of 'Michaël en Marloes' werden gespaard. Als je 10 of 20 stempels had, mocht je een boek uitzoeken uit de kast.

De ondergang en de wederopstanding: Prijzen en modellen

Rond 1970 leek de zondagsschool te verdwijnen. De secularisatie sloeg toe.

  1. De Klassieke Zondagsschool: Status: Zeldzaam. Werkt nog steeds met de oude methodes (Bijbel voor Elk, Zondagsschoolwerk).
    Kosten: €0 - €15 per jaar (vrijwillige bijdrage). Vaak nog steeds gratis voor leden.
  2. De Kindernevendienst (PKN model): Status: Gangbaar. Kinderen verlaten de dienst na de preek. Gebruikt materiaal van uitgeverij 'Boekencentrum' of 'Ark Media'.
    Kosten: €10 - €25 per jaar voor materiaal.
  3. De Club (Evangelische/Charismatische stroming): Status: Populair. Heet vaak 'Jump', 'Kidzbase' of 'The Bridge'. Werkt met moderne methodes, video's en actieve spellen. Dit is het duurst.
    Kosten: €50 - €100 per kind per jaar (vanwege dure licenties en materiaal).

De 'juffrouwen' werden ouder en de kinderen hadden andere dingen te doen. Maar sinds de jaren 90 is er een opleving. Alleen heet het nu anders. Hieronder een overzicht van de huidige 'modellen' en kosten:

De grootste verandering zit hem in de 'beleving'. Waar vroeger de focus lag op het verhaal en het boekje, ligt die nu op interactie. De moderne zondagsschool (of club) kost geld voor de leiding (vaak een training van €200 per persoon), maar voor het kind is het vaak gratis of spotgoedkoop.

Praktische tips voor de moderne ouder of leiding

Wil je de sfeer van de zondagsschool terughalen, of ben je leiding in een traditie die ontstond na de breuk van 1944?

  • Focus op een verhaal, niet op knutselen. Vroeger knutselden ze 45 minuten. Tegenwoordig zijn kinderen dat niet meer gewend. Doe 10 minuten knutselen, 20 minuten verhaal en 10 minuten spel.
  • Gebruik de oude liederen. Liederen als 'Ik ben een kleine kaars' of 'Uw liefde, Heer, is groot' zijn nog steeds krachtig. Ze zitten in het collectieve geheugen van de grootouders en creëren een verbinding.
  • Spaarsystemen werken nog steeds. Kinderen zijn materialistisch. Een spaarkaart voor een 'gouden boek' werkt nog steeds beter dan een sticker alleen. Zorg voor een voorraadje klassieke jeugdboeken (bijv. van 'Uitgeverij De Vuurbaak') als beloning.
  • De prijs is tijd. De grootste uitdaging is niet het geld, maar het vinden van leiding. Vroeger was het een statussymbool om 'juffrouw' te zijn. Nu is het schaars. Wees creatief: combineer het met de koffieochtend of de dienst.

Doe het anders dan vroeger, maar behoud de kern. De zondagsschool is misschien verdwenen in haar oorspronkelijke vorm, maar de behoefte blijft: kinderen vertellen dat ze er mogen zijn, met een verhaal dat groter is dan henzelf. Of dat nu met een stempelkaart is of met een iPad, dat maakt voor de ontvanger uiteindelijk niet zoveel uit.

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.