De geschiedenis van de Kerstboom: Van heidens symbool naar christelijk huis
Stel je voor: het is begin 19e eeuw, je loopt een huiskamer in ergens in Amsterdam of Utrecht. Wat valt je op? Waarschijnlijk géén kerstboom.
Dat feest was toen vooral iets voor de elite of protestantse gemeentes.
Hoe is die boom met die lampjes en ballen in godsnaam ons symbool voor Kerstmis geworden? Het verhaal is een achtbaan van heidense rituelen, Duitse vroomheid en een royale boost vanuit Engeland. Laten we eens duiken in de geschiedenis van de boom die in bijna ieder Nederlands huis staat.
Heidense wortels van de versierde boom
Voordat de eerste christen ook maar droomde van een spar in de woonkamer, hielden onze verre voorouders al van boomversiering. Denk aan de Germanen en hun midwinterfeesten.
Rond 21 december, de kortste dag, was het tijd voor het 'Yule' feest.
Romeinse Saturnalia en Keltische invloeden
Ze brachten groenblijvende takken (denk aan hulst en sparren) naar binnen om het leven te vieren wanneer de natuur dood leek. De Romeinen deden trouwens ook mee met hun feest Saturnalia. Tijdens dit feest versierden ze hun huizen met groen en wisselden ze geschenken uit.
De Keltische priesters, de Druiden, hadden dan weer een diepe verering voor bepaalde bomen. Het idee dat een boom magische krachten had of een verbinding was tussen hemel en aarde, lag dus al diep verankerd in de cultuur.
De Yule boom
Het was voor de kerk later een slimme zet om deze bestaande tradities over te nemen in plaatsen ze te verbieden. Zo werd de heidense oorsprong kerstboom stilletjes omgetoverd tot iets christelijks. Vooral het Germaanse midwinterfeest is een cruciale schakel. De Germanen geloofden dat de zonnewende de cyclus van dood en wedergeboorte inluidde.
De Yule boom was vaak een enorme boom die buiten werd opgezet en langzaam werd verbrand om de goden gunstig te stemmen.
Later begonnen ze kleinere bomen in huis te halen en te versieren met appels, kaarsjes en offers. Het concept was geboren: een boom die licht en leven bracht in de donkere dagen.
De eerste christelijke kerstbomen in Duitsland
De grote ommezwaai naar een 'christelijke' boom gebeurde vooral in Duitsland. Het duurde even voordat de kerk de boom volledig omarmde, maar de verhalen eromheen werden steeds sterker.
Een van de meest bekende legendes is die van de missionaris Bonifatius.
De Paradijsboom in mysteriespelen
Hij zou in de 8e eeuw een eik hebben omgehakt die aan de Donar (een Germaanse god) was gewijd. Uit de wortels van die omgevallen boom zou toen spontaan een dennenboom zijn gegroeid als symbool voor het christendom. Een andere belangrijke stap was het gebruik van de 'Paradijsboom' in de middeleeuwen.
In zogenaamde mysteriespelen (toneelstukken over Bijbelverhalen) werd rond Kerstmis vaak een boom opgevoerd met rode appels eraan, als symbool voor de zondeval in het paradijs. Tegelijkertijd was er de 'Lichtboom' die het licht van Christus voorstelde.
De Duitse methode was om de boom op 24 december 's avonds pas te versieren, in het diepste geheim, zodat de kinderen pas op kerstochtend verrast werden.
Een vroege vermelding
Langzamaan versmolten deze twee symbolen. De eerste kerstboom Duitsland was dus vaak een theatrale aangelegenheid voordat hij in de huiskamer belandde. Hoewel de legendes verder teruggaan, is er ook een concreet bewijsstuk. De eerste historische vermelding van een versierde kerstboom stamt uit de 16e eeuw in de Elzas (nu Frankrijk, toen Duits gebied).
Strassburg (toen Straatsburg) had toen al bomen versierd met rozen, appels, papier en suiker.
Dit was het begin van de traditie rondom de geboorte van Jezus zoals we die nu een beetje kennen.
Maarten Luther en de kaarsjes in de boom
Wie het protestantisme in Duitsland groot maakte, had ook een enorme invloed op de kerstboom.
De mythe van de sterrenhemel
Maarten Luther wordt vaak genoemd als de geestelijke vader van de kaarsjes in de boom. Het verhaal gaat dat hij op een koude kerstavond door het bos liep en diep onder de indruk raakte van de sterren die door de takken van de dennen gluurden. Hij wilde dat gevoel thuis nabootsen.
Volgens de overlevering zette Luther thuis een boom neer en bond er kaarsjes aan om de sterrenhemel na te bootsen voor zijn kinderen. Zo ontstond de Maarten Luther kerstboom legende.
Protestantse adoptie
Hoewel historici het hier niet helemaal over eens zijn, is het wel een feit dat de protestantse traditie de boom adopteerde.
In eerste instantie was de katholieke kerk namelijk nogal terughoudend; zij vonden de boom te heidens. De kaarsjes in kerstboom werden steeds gangbaarder. Het werden symbolen van Christus als het 'Licht der Wereld'. De protestantse traditie zorgde ervoor dat de boom in de 18e en 19e eeuw een vast onderdeel werd van de kerstviering in Duitsland, vooral in de gegoede burgerij. Het was een gezinsfeest, gericht op de kinderen, met de boom als middelpunt.
De verspreiding naar het Britse Rijk en Amerika
Zolang de kerstboom alleen in Duitsland stond, bleef het een lokale aangelegenheid.
Koningin Victoria en Prins Albert
De wereldwijde hype begon pas toen het Britse koningshuis ermee in aanraking kwam. Koningin Victoria had een Duitse vader en was zeer gehecht aan de tradities van zijn land. Samen met haar man, Prins Albert, zette ze in de jaren 40 van de 19e eeuw een boom in het kasteel van Windsor.
Het was Prins Albert die de boom in de royale smaak liet vallen. Hij versierde de boom met kaarsjes, snoepgoed en speelgoed.
De eerste kerstboom in het Witte Huis
Dit was in Engeland toen nog exotisch. De Koningin Victoria kerstboom werd al snel een hit.
De Britten wilden net als hun geliefde koningin kerst vieren. Dit zorgde voor een enorme boost in populariteit van de boom in het Britse Rijk. Vanuit Engeland was het een kleine stap naar de Verenigde Staten. De populariteit werd versterkt door de vele Duitse immigranten die al een boom meebrachten, maar het was de president die het definitief status gaf.
Een wereldwijde illustratie
De eerste kerstboom in het Witte Huis werd opgezet door president Franklin Pierce in 1853. Later, in 1923, werd de eerste nationale boom op het Witte Huis geparadeerd, een traditie die tot op de dag van vandaag voortduurt.
Het moment dat de boom echt onlosmakelijk verbonden raakte met Kerstmis, was de publicatie van een specifieke tekening. In 1848 verscheen er in de 'Illustrated London News' een afbeelding van Koningin Victoria, Prins Albert en hun kinderen rondom de kerstboom. Deze illustratie van Koningin Victoria en haar kerstboom ging de hele wereld over en zorgde voor een ongekende populariteit, precies in de tijd dat men zich begon te verdiepen in wat vieren we met Kerstmis.
De kerstboom in de Nederlandse huiskamer
In Nederland liep de adoptie van de kerstboom wat trager. Tot in de 19e eeuw was het vooral een protestants verschijnsel.
Van zondagschool naar huiskamer
De katholieke meerderheid in Nederland had er weinig mee. Sterker nog, de katholieke kerk was in eerste instantie argwanend. Ze associeerden de boom met de protestantse reformatie en met heidense wortels. Het duurde dan ook even voordat de boom in Nederlandse huiskamers verscheen.
De kerstboom begon zijn intrede te doen via de zondagscholen en bij de gegoede burgerij die Duitse connecties had. Eerst stond de boom nog in de zaal van een vereniging, pas later werd het een echte huiskamerverschijning.
Acceptatie door de katholieke kerk
De geschiedenis van de kerstboom in Nederland is er een van een trage opmars vanuit de randen van de maatschappij naar het centrum.
Rond het einde van de 19e eeuw begon het tij te keren. De katholieke kerk kerstboom acceptatie kwam op gang toen men de boom ging zien als symbool voor 'Christus als het licht' en niet langer als een protestants pronkstuk. In 1893 kreeg de bisschop van Haarlem zelfs een boom in zijn paleis, wat een duidelijk signaal was naar de gelovigen.
Echt breed verspreid was de boom in Nederland pas na de Tweede Wereldoorlog. De economische wederopbouw zorgde voor meer koopkracht en de boom werd steeds betaalbaarder.
De traditie is geboren
Pas in de 19e eeuw werd de kerstboom algemeen geaccepteerd in Nederlandse huiskamers. De kerstboom traditie kreeg in de 20e eeuw een enorme boost door de opkomst van de kerstboomverlichting op netstroom (in plaats van gevaarlijke kaarsjes) en de kunststof boom voor degenen die het echte werk te duur of te moeilijk vonden.
Tegenwoordig staat er in bijna elk Nederlands huis, katholiek of protestants, wel een boom te pronken. Ontdek de geschiedenis van de kerstboom, van heidens symbool tot christelijk icoon.
