De betekenis van de kansel of preekstoel in de protestantse kerk
Stap je een oude Nederlandse hervormde kerk binnen, dan valt je oog meteen op iets dat in het midden van de ruimte staat: een verhoging, vaak met een bovenste gedeelte dat lijkt op een open boek.
Dit is de preekstoel, of zoals hij in vaktaal heet: de kansel. Het is niet zomaar een meubelstuk.
Het is het hart van de protestantse eredienst, een plek met een diepe, soms eeuwenoude geschiedenis. In dit stuk nemen we je mee in de wereld van de kansel. Wat betekent hij? Waarom staat hij daar? En hoe kies je er een die past bij een moderne geloofsgemeenschap?
Waarom de preekstoel het centrum is
In de rooms-katholieke traditie is het altaar het middelpunt. Daar gebeurt de offerande. De protestantse Reformatie, die in de 16e eeuw ook Nederland op zijn kop zette, veranderde dat radicaal.
Theologen als Maarten Luther en Johannes Calvijn benadrukten dat het Woord van God centraal moet staan, niet de sacramenten.
De preekstoel werd het symbool van die verandering. Het is een verheven plek van waaruit de dominee of predikant de Bijbel uitlegt en de gemeente toespreekt.
Het is een stukje gereedschap met een duidelijke functie. De preekstoel moet de spreker zichtbaar en hoorbaar maken voor iedereen in de kerk, tot op de laatste bank achterin. De hoogte en de vorm (de kuip) zorgen ervoor dat de stem van de predikant de hele ruimte vult, zonder dat er een microfoon nodig is - iets dat vroeger essentieel was.
Zo wordt de preekstoel een fysieke weergave van het gezag van het Woord.
Het is niet de persoon die spreekt, maar de boodschap die wordt doorgegeven.
De bouwstenen: materialen en maten
Als je een preekstoel uitkiest of bestudeert, zie je al snel dat er een hoop keuzes zijn gemaakt. De materialen zijn vaak een verhaal op zich. In de Gouden Eeuw, de 17e eeuw, was er veel geld in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Dat zie je terug in de stoelen. Denk aan eikenhout, mahonie of noten, vaak prachtig bewerkt met snijwerk.
In de strikte, eenvoudige kerken van de gereformeerde traditie bleef het vaak bij onbehandeld eiken. Tegenwoordig zie je ook moderne materialen, zoals MDF met een fineerlaag of stevig berkenhout voor projecten met een beperkter budget.
De maten zijn cruciaal voor het effect. Een gemiddelde preekstoel is ongeveer 1,50 tot 1,80 meter hoog. De kuip, het deel waar de Bijbel op ligt, is vaak 40 tot 50 centimeter diep.
De wenteltrap die ernaartoe leidt, heeft meestal een diameter van 1,20 tot 1,50 meter.
Zit er een 'boek' op de rand? Dat is de lessenaar, vroeger een los blad, nu vaak een vast onderdeel. De breedte van de treden is belangrijk voor de veiligheid; deze ligt meestal rond de 25 centimeter. Een smalle trap is onhandig voor een dominee met een liturgieboek in de hand.
Stijlen door de eeuwen heen
De Nederlandse kerkgeschiedenis kent een paar duidelijke stijlen. De vroegste preekstoelen, uit de late middeleeuwen, waren vaak sober en vierkant.
In de Renaissance en de Barok (rond 1600-1750) werden ze pronkstukken. Denk aan de preekstoel in de Grote Kerk in Haarlem of die in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, vaak geplaatst nabij artstieke koorhekken. Ze hangen vol met zuiltjes, guirlandes en zelfs beelden van de vier evangelisten (Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes). Ze zijn vaak donker gelakt of verguld.
Dit is de tijd dat de 'kansel' een echt kunstwerk werd. Daarna kwam de 'Nieuwe Zakelijkheid' en de 'Doleantie' (rond 1886).
De kerken werden smaller en hoger. De preekstoelen werden strakker, lichter van kleur (vaak onbehandeld eiken of grenen) en minder versierd.
De focus lag volledig op de functionaliteit. Tegenwoordig zie je een mix. Sommige gemeentes kiezen voor een heel moderne, minimalistische preekstoel van staal en eiken.
Andere houden vast aan de klassieke vorm. De 'kuip' is er nog steeds, maar soms is het meer een lessenaar of zelfs een losstaand meubel naast de stoel. De variant met een 'opstaande rand' is overigens een typisch Nederlands ontwerp; in Duitsland of Amerika zie je vaak open lessenaars.
De markt: wat kost een preekstoel?
De prijs van een preekstoel, of het nu gaat om een eenvoudig exemplaar of een rijkversierd meubel nabij de bewaarplaats van het heilige brood, hangt enorm af van wat je wilt.
Een simpele, moderne lessenaar van stevig hout (bijvoorbeeld berkenmultiplex) voor in een kerkzaal of kapel is er al vanaf €1.500 tot €2.500. Dit is een basismodel, vaak rechttoe rechtaan, zonder veel opsmuk, geschikt voor een startende gemeente.
Wil je een klassieke uitstraling, dan ga je al snel richting de €5.000 tot €10.000. Voor dat bedrag krijg je een massieve houten preekstoel (eiken of noten), vaak met een wenteltrap en gedetailleerd houtsnijwerk. Dit is een prijsklasse die vaak voorkomt bij renovatie of bij de inrichting van een traditionele dorpskerk met een specifieke bouwvorm. De afwerking (lak, olie) en de precisie van de draai- en freeswerk bepalen de prijs.
De topklasse is de maatwerk preekstoel van een gespecialiseerde meubelmaker of atelier.
Hierbij kun je denken aan bedragen van €15.000 tot €30.000 of meer. Dit is vaak nodig als de kerk architectonisch heel specifieke eisen heeft (bijvoorbeeld een holle muur of een schuine vloer). In deze klasse worden vaak historische ontwerpen nagebouwd of juist geheel nieuwe, artistieke ontwerpen gemaakt die perfect passen bij de rest van het interieur. Denk aan een preekstoel die naadloos overloopt in de wand of die specifieke symboliek uit de gemeente verwerkt heeft.
Praktische tips voor gemeentes
Als je als kerkenraad op zoek bent naar een (nieuwe) preekstoel, zijn er een paar dingen die je echt moet checken.
Vergeet het esthetische aspect even en kijk naar het functioneel comfort. De predikant moet er comfortabel achter kunnen staan. Is de hoogte goed? Een predikant van 1,90 meter voelt zich niet prettig achter een lessenaar van 1,60 meter.
Zorg voor een stevige, brede trap. Treden van 25 cm diep en 12 cm hoog zijn een veilige standaard.
Let op de akoestiek. Een open, platte lessenaar versterkt de stem minder goed dan een 'kuip'
