De afschaffing van de kloosters tijdens de Franse tijd

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Henk van der Linden
Historicus en cultuurjournalist
Het Dagelijks Leven in het Klooster · 2026-02-15 · 4 min leestijd
Je staat midden in een kloostergang. De geur van was en oud steen hangt in de lucht. De dag is stil, op het geluid van verre voetstappen na. En dan, in 1795, verandert alles. De Fransen komen en de kloosters moeten sluiten. Dit is het verhaal van die plotselinge verandering.

Een eeuwenoud leven stopt abrupt

De afschaffing van de kloosters was een schok. Het betekende het einde van een manier van leven die sommige kloosters al 800 jaar kenden.

De deuren gingen dicht. De zusters en broeders werden op straat gezet.

Het was niet zomaar een regel; het was een harde breuk met het verleden. Denk aan de kloosters in Amsterdam, zoals het Begijnhof. Of de kloosters in Maastricht, zoals het Onze-Lieve-Vrouweklooster. Overal was hetzelfde beeld.

Mensen die hun hele leven in het klooster hadden gewoond, moesten opeens iets anders gaan doen.

Ze verloren hun huis, hun werk en hun gemeenschap. Voor de bewoners was het een drama. Ze hadden vaak geen familie meer buiten de muren.

Ze waren afhankelijk van de kloostergemeenschap. Nu stonden ze er alleen voor. De overheid zei: "Jullie zijn vrij, maar jullie hebben niets." Dat was een hard gelag.

Waarom gebeurde dit?

Het was de tijd van de Franse Revolutie. De Fransen brachten een nieuwe ideologie mee: de Verlichting.

Daarbij hoorde de gedachte dat religie en staat gescheiden moesten zijn. Kloosters waren volgens hen een teken van de oude, onvrije macht. Ze moesten weg.

In 1795 werd de Bataafse Republiek uitgeroepen, een bondgenoot van Frankrijk. Een van de eerste dingen die ze deden was de 'Scheiding van Kerk en Staat'. Dat klinkt nu normaal, maar toen was het radicaal.

De overheid wilde niet meer betalen voor religieuze instellingen. En ze wilde de rijkdom van de kloosters.

Het ging dus ook om geld. Kloosters waren vaak heel rijk. Ze hadden landerijen, huizen en kunstschatten. De nieuwe overheid had geld nodig.

Ze nationaliseerden de kloostergoederen. De schilderijen, beelden en gouden voorwerpen werden verkocht.

De opbrengst ging naar de staatskas. De kloosters werden leeggehaald.

Hoe ging het in zijn werk?

Het proces was meedogenloos en efficiënt. Eerst kwam er een wet. Daarna kwamen de ambtenaren.

Ze maakten een inventaris van alles wat in het klooster te vinden was.

Van een simpele koperen ketel tot een zilveren monstrans. Alles werd opgeschreven. De broeders en zusters die de zorg droegen moesten vertrekken.

Ze kregen een kleine 'uitkering' of een eenmalige toelage. Soms kregen ze een paar jaar lang een klein bedrag om van te leven. Maar dat stopte snel.

Veel oud-kloosterlingen belandden in de armoede. Sommigen gingen bij familie wonen.

Anderen werden zomaar op straat gezet. De gebouwen zelf wachtte een trieste lot. Sommige werden verkocht als particulier huis. Andere werden gesloopt voor bouwmaterialen.

Weer andere werden gebruikt als kazerne of fabriek. De kloosterkerken werden vaak 'ontwijd'.

Ze werden gebruikt als opslag of gewoon afgebroken. De plekken waar eeuwenlang was gebeden, werden vernield.

Wat bleef er over?

Niet overal was het zo zwart-wit. In het zuiden van Nederland, in Limburg en Brabant, was de bevolking nog heel katholiek.

Daar werd de maatregel stiekem ontweken. Sommige kloosters gingen 'ondergronds'. De zusters trokken in bij boeren of in een klein huisje en leefden alsof het nog steeds een klooster was.

Een bekend voorbeeld is het klooster Ter Apel in Groningen. Het werd gesloten en verkocht.

Later is het weer als klooster in gebruik geweest. Zo zie je dat de geschiedenis niet in één rechte lijn loopt. De behoefte aan een spiritueel leven bleef, ondanks de verboden.

Er waren ook kloosters die wél werden gespaard, maar dan voor een ander doel. Ze werden weeshuis of ziekenhuis.

De nonnen mochten blijven als verpleegsters, maar ze mochten geen kloosterleven meer voeren.

Ze werden werknemers in plaats van religieuzen. Een vreemde, onnatuurlijke situatie voor hen.

Praktische tips: Hoe beleef je dit verleden nu?

Wil je de sfeer proeven van de tijd vóór de afschaffing? Ga dan naar het Begijnhof in Amsterdam. Daar zie je nog hoe een kloosterachtig leven eruitzag.

Het voelt nog steeds als een oase van rust, waar je de bijzondere architectuur van een kloostercomplex nog goed kunt bewonderen te midden van de drukte.

De huizen zijn klein en netjes.

Bezoek ook eens het museum in een voormalig klooster. Neem het Zusterhuis in Maastricht. Of het klooster Ter Apel. Je ziet daar de eenvoudige kamers, de kloostertuinen en de kerken. Je voelt de ruimte en de stilte. Dat

Portret van Henk van der Linden, historicus over religieuze tradities in Nederland
Over Henk van der Linden

Henk schrijft al 20 jaar over Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis voor een breed publiek.

Volgende stap
Lees het complete overzicht
De architectuur van een kloostercomplex: Een overzicht →